Het ministerie van Defensie zwijgt ten onrechte over de beroepsrisico's van militair personeel, als het zich uitlaat over de redenen waarom de werving en het behouden van militair personeel zo moeizaam verloopt.
Dat stelt voorzitter Wim van den Burg van de militaire vakbond AFMP in een artikel in het Nederlands Dagblad. Staatssecretaris Jack de Vries noemde als belangrijkste oorzaak van de problemen de krapte en de concurrentie op de arbeidsmarkt. Hij baseerde zich op onderzoek van een projectgroep die zich met het probleem heeft beziggehouden. Over de gevaren die werken bij defensie met zich kan meebrengen, lieten de projectgroep en de staatssecretaris zich volgens Van den Burg niet uit.
De vakbondsman wijst erop dat de beroepsrisico's voor militair personeel niet gering zijn. Zo sneuvelde zondag de zeventiende Nederlandse militair in de Afghaanse provincie Uruzgan en zijn er vele gewonde militairen die hun leven lang met de gevolgen van hun werk moeten leven. Ook ondervindt een substantieel aantal militairen de psychische gevolgen van hun deelname aan een vredesmissie.
De Vries moet volgens Van den Burg kunnen bedenken welke afwegingen in een gezin worden gemaakt als zoon of dochter van plan is bij defensie te gaan werken. Is het niet de potentiële militair zelf die wordt beïnvloed na het zoveelste, in de media breed uitgemeten, incident waar Nederlandse militairen het slachtoffer zijn geworden, dan zijn het wel de ouders die hun kinderen willen behoeden voor al dat onheil.
De vakbondsman erkent dat de beroepsrisico's niet de enige reden zijn waarom defensie zo'n moeite heeft personeel te werven en vast te houden. Het is echter onjuist het probleem te ontkennen.
Bron: www.telegraaf.nl dd. 120908