*23/05/2012 | 00:59 uur
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
De activerings e-mail gemist?
23/05/2012 | 00:59 uur

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
*
0 geregistreerde leden en 1 gast bekijken dit topic.
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: Embedded journalist: ’Retourtje oorlog aub’  (gelezen 252 keer)
A.J.
Forum-beheerder

Activiteit
90%


Berichten: 3090
« Gepost op: 18/10/2010 | 12:37 uur »

Embedded journalist: ’Retourtje oorlog aub’

Waarheidsvinding is een hels karwei bij een complex conflict als dat in Uruzgan. Lopend aan de leiband van Defensie is het een vrijwel onmogelijke opgave, blijkt uit drie recentelijk verschenen boeken.

Het Nato Military Concept for Strategic Communications draait er niet omheen: zonder schroom worden de media daarin a delivery vehicle for our messages genoemd. Journalisten moeten dus zoveel mogelijk het belang van de defensieorganisatie dienen. In het geval van het conflict in Afghanistan was dat het verkopen van de missie.

Het antwoord van de media: massaal verslag doen als embedded journalist, onder toezicht en met de uitdrukkelijke toezegging dat reportages voor openbaarmaking worden voorgelegd aan een voorlichter die het laatste woord heeft.

Joeri Boom (De Groene Amsterdammer en Algemeen Dagblad) deed navraag en komt tot de conclusie dat Nederlandse verslaggevers 261 keer met Defensie naar Afghanistan afreisden tegenover een groep verslaggevers die 25 keer hun eigen plan trokken.

De media wenden snel aan het idee. Het aanvankelijk redelijk consequent toegevoegde zinnetje dat opmerkzaam maakte op embedded journalism (’Dit artikel is door Defensie gecontroleerd op operationele informatie’) verscheen steeds minder onder aan de artikelen. Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren zou een orgaan kunnen zijn om te protesteren tegen, of in elk geval het debat aan te gaan over de aan embedded journalisten opgelegde restricties. Maar het Genootschap zweeg.

Het zou geen punt zijn als het de verslaggeving niet raakte. Maar embedded journalisten blijken wel degelijk ’delivery vehicles’ te zijn geworden. Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur in Rotterdam, constateerde vorig jaar dat militairen in hun weblogs kritischer waren over de Uruzgan-missie dan de door Defensie ontvangen reporters. Zoiets moet te denken geven.

Joeri Boom ging meerdere malen als embedded journalist naar Afghanistan. Zijn aanvankelijke onervarenheid met het land en de oorlog speelden daarbij een rol, net als het beperkte redactiebudget van zijn opdrachtgever De Groene Amsterdammer. In zijn boek ’Als een nacht met duizend sterren’ (voorzien van een omslag dat nauwelijks te onderscheiden is van Joris Luyendijks ’Het zijn net mensen’) maakt hij duidelijk hoe gemakkelijk verslaggevers in de fuik van Defensie vast kunnen komen te zitten.

Ze krijgen te maken met de openlijke en gehaaide druk van voorlichters, passen zelfcensuur toe, gaan zich onherroepelijk vereenzelvigen met de mannen met wie ze op patrouille gaan en belichten op z’n best slechts één kant van de medaille.

Volkskrant-journaliste Deedee Derksen vergelijkt embedded journalism in ’Thee met de Taliban’ met het boeken van een vakantie bij een reisbureau: ’Doet u mij een retourtje oorlog alstublieft.’ Om beter verslag te kunnen doen van de werkelijkheid koos ze voor een bestaan als correspondent in Kaboel. Maar ook daar lag eenzijdigheid op de loer. De meeste buitenlanders wagen zich niet buiten de westerse enclave in de hoofdstad – door Derksen omschreven als een ’nepwereld’ en een ’luxegevangenis’.

De journaliste probeerde verder te gaan, maar moest telkens weer nut en risico’s tegen elkaar afwegen. Alleen in haar eigen ogen was ze een onafhankelijke, neutrale verslaggever. Voor Afghanen die zich afzetten tegen buitenlandse inmenging bleef ze nadrukkelijk onderdeel van die bemoeienis, constateert ze. Sterker zelfs: ze vormde een aantrekkelijk doelwit. Ontvoerde reporters zijn waardevolle waar in het conflict. Ze brengen al snel een paar honderdduizend dollar op.

Megan K. Stack van de Los Angeles Times was net 25, toen ze naar Afghanistan en Pakistan vertrok om de oorlog te verslaan. Met toen nog de illusie dat ze haar lezers de waarheid zou kunnen vertellen. Dat het boek, waarin ze verhaalt over ervaringen in de twee landen en in andere conflictgebieden in het Midden-Oosten, de titel ’Iedereen in dit dorp liegt’ heeft gekregen, zegt veel over de inzichten die ze in het dagelijkse leven opdeed.

Behalve Stack gingen ook Boom en Derksen betrekkelijk groen naar Afghanistan. In de praktijk werden ze snel wijs, al is dat begrip betrekkelijk in een land waar helderheid moeilijk te verkrijgen is.

De oorlog bleef ongrijpbaar. Duidelijke fronten ontbraken. Daar waar strijdende partijen met elkaar in clinch raakten, hadden ze er vaak liever geen pers bij. In hoeverre valt bij zo’n diffuus conflict een duidelijk verhaal te vertellen? En heeft dat verhaal nog iets te maken met de werkelijkheid? Of zegt het meer over bestaande of wenselijke beelden van de strijd?

De Nederlandse regering heeft het woord ’oorlog’ overigens steeds krampachtig vermeden. De troepen reisden naar Uruzgan voor een ’opbouwmissie’. Scholen, wegen en meer van dat moois in plaats van geweld. Framing heet dat in communicatietermen. In rond Nederlands: de zaken consequent zo voorstellen dat een bepaald beeld – in dit geval een beeld dat in positieve zin afweek van de realiteit – blijft hangen.

Defensievoorlichters hielden een schending van het oorlogsrecht door de Nederlandse militairen in Afghanistan weg bij publiek en politiek, laat Joeri Boom in zijn boek zien. Nieuws werd doelbewust gemanipuleerd.

Volgens Megan K. Stack heeft de oorlog tegen terrorisme nooit bestaan „Hij was in feite niets anders dan een samenbundelende mythe”, schrijft hij, „voor een gecompliceerde brij van gemengde impulsen, sociale theorieën, angsten en wreedheid en zakelijke belangen, allemaal onder de schaduw van de onbetwistbare herinnering aan instortende wolkenkrabbers.”

Deedee Derksen ging naar Afghanistan met het standaardbeeld van de taliban, langbaardige orthodoxen op slippers, die met hun granaatwerpers het land terug de Middeleeuwen in willen schieten. Het is het plaatje dat ook de persvoorlichters van de coalitielanden steeds weer blijven presenteren. Nu spreekt ze over ’een gelegenheidsgezelschap van fanatieke dorpsmoellahs, drugscriminelen en ontevreden dorpsoudsten en hun achterban, die zich uitgesloten en vernederd voelen’.

De steun van de bevolking wordt nauwelijks ingegeven door ideologie. Pragmatisme overheerst. Ze schatten de kansen van beide partijen in, maar vooral ook wie het meeste te bieden heeft. Krijgen ze van de overheid niet wat ze willen, dan gaan ze naar de oppositie.

Boom beschrijft hoe de taliban in veel gevallen onzichtbaar blijven tussen de plaatselijke bevolking. Die is bang om hen te verraden, omdat de wraak in de meeste gevallen gruwelijk is. Dubieuze leiders gebruikten de aanwezigheid van buitenlandse troepen om af te rekenen met hun vijanden en concurrenten. Door ze aan te merken als taliban konden ze rekenen op de uitschakeling van deze mensen. Al even twijfelachtige types vulden onder de dekmantel van zogenaamde non-gouvernementele organisaties hun zakken. Journalisten wisten het ingewikkelde web steeds beter te ontrafelen, maar waarheidsvinding bleef in een land als Afghanistan knap lastig.

Deze drie boeken, en vooral die van de Nederlandse journalisten, geven een eerlijke, soms onthutsende inkijk in de praktijk van de 21ste-eeuwse oorlog en oorlogsverslaggeving. Ze laten overtuigend de vele nadelen zien van journalistiek die al te zeer aan de teugel loopt van Defensie. Embedded journalism zal een (soms) noodzakelijk kwaad blijven, maar over de vorm en de frequentie zouden we veel meer moeten discussiëren.

Trouw
Gelogd

Pagina's: [1] Omhoog Print
Ga naar:  

Powered by SMF 1.1.16 | SMF © 2006-2009, Simple Machines