Auteur Topic: OPV: geschikt of ongeschikt  (gelezen 154611 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

KapiteinRob

  • Gast
OPV: geschikt of ongeschikt
« Reactie #2518 Gepost op: 17/08/2009 | 19:20 uur »
Onderstaand een m.i. zeer interessant artikel uit het KVMO blad editie augustus 2009. In het voorwoord van onderhavige editie geeft de voorzitter KVMO aan dat de projectleider van het OPV in het septembernummer zijn reactie zal geven. Verder wordt er in de tekst verwezen naar "noten" (bronvermeldingen). Deze kan men vinden in het KVMO-blad, want ook die kopieren is lastig (gezien de maximaal mogelijke lengte van een posting op ons forum).

========================================================================================


Op 12 juli 2006 braken er omvangrijke grondgevechten tussen Israël en Hezbollah uit. De Tweede Libanonoorlog was een feit. De Israel Defence Forces Navy (IDF-N) handhaafde gedurende de oorlog een zeeblokkade tegen Libanon en leverde scheepsvuursteun ter ondersteuning van de landoperaties tegen Hezbollah.

Op 14 juli 2006 trof een vanaf de Libanese kust door Hezbollah afgevuurd anti-ship missile (ASM) het korvet Ahi Hanit, een modern en goed bewapend SAAR V klasse korvet, onder andere voorzien van een phalanx close-in weapons system (CIWS). 1 Het schip patrouilleerde op een afstand van ongeveer tien zeemijlen uit de Libanese kust. Volgens het Israëlische leger betrof het een aanval met een in Iran geproduceerde Zijderups ASM.2 De aanval bestond volgens analisten uit een salvo van twee ASMs en werd waarschijnlijk uitgevoerd als een high/low attack.3 Het eerste ASM, een C-802 Zijderups, overvloog het Israëlische oorlogsschip om vervolgens een op 40 zeemijlen uit de kust varende Egyptische koopvaarder te treffen die als gevolg hiervan zonk.

De auteurs betogen aan de hand van de case study INS Ahi Hanit op basis van de warfighting functions intelligence, fires, en force protection dat organieke luchtverdediging in tegenstelling tot de analyse in de Marinestudie 2005 wel degelijk van eminent belang is en dat niet wij maar onafhankelijk denkende, intelligente, agile tegenstanders de plaats van de confrontatie op het geweldsspectrum bepalen.4 De politieke, budgettaire, operationele en economische afwegingen voor het aanbesteden van de patrouilleschepen zijn te vinden in de Marinestudie.5 Vergeleken met een fregat is de SEWACO van een patrouilleschip beperkt, vooral omdat complexe taken zoals luchtverdediging en onderzeebootbestrijding niet zijn meegenomen.6 Volgens de ontwerpers van de patrouilleschepen is de toename van de taken lager in het geweldsspectrum, zoals kustwachttaken en maritieme veiligheidstaken (MSO) een belangrijke ontwikkeling, zoals maritieme aanwezigheid, beveiliging tegen onder andere zeeroof, logistieke ondersteuning, humanitaire hulp (HA), evacuatieoperaties (NEO) en maritieme interdictieoperaties (MIO). In het bijzonder gaat het daarbij om het toenemende belang van de ondersteuning en beïnvloeding van landoperaties vanuit zee en het expeditionair opereren in en nabij maritieme knooppunten en transportroutes, alsmede in wateren nabij operatieterreinen op het land.7 In vakjargon wordt veelal gesproken over brown water operations, in tegenstelling tot blue water operations.

Wat de aanval op de INS Ahi Hanit ons leert Eerdere ervaringen met een aanval met ASMs op een marineschip gaan terug tot 1967, toen INS Eilat door vier Egyptische Styx-missiles tot zinken werd gebracht. De Falklandoorlog van 1982 maakte nog eens duidelijk dat een Exocet na een overshoot of decoy zich heroriënteerde op het volgende binnen bereik liggende doel. Het belang van organieke luchtverdediging werd hier onomstotelijk bevestigd. USS Stark werd op 17 mei 1987 getroffen door twee Exocet-raketten die werden afgevuurd door een Irakese Mirage F1. Bij INS Ahi Hanit was het een tweede ASM, een kleinere sea skimmer van het type C-701, die het korvet middenachter aan stuurboordzijde trof. Daarbij werden vier bemanningsleden gedood en er brak brand uit. Na enige tijd stuurloos te hebben rondgedreven, kon het zwaar gehavende schip uiteindelijk op eigen kracht naar de haven van Ashdod terugkeren. Dat de Ahi Hanit deze aanval overleefde, was vooral te danken aan de relatief kleine lading van de C-701 (zie tabel 1). Uit onderzoek bleek dat ernstige tekortkomingen in de interne scheepsorganisatie en miscommunicatie bij de inlichtingendienst van de IDF het gebrek aan alertheid aan boord van de Ahi Hanit in belangrijke mate verklaren. In beide organisaties hebben officieren hiervoor een reprimande gekregen of zijn geschorst.8

De gebeurtenissen rond de Ahi Hanit maakten tenminste drie zaken ondubbelzinnig duidelijk: 1) de plaats op het geweldsspectrum werd niet bepaald door de IDF, maar door Hezbollah, 2) irreguliere strijdgroepen kunnen beschikken over oudere, maar relatief geavanceerde wapensystemen en weten deze ook daadwerkelijk effectief in te zetten en 3) het beschikken over CIWS is weliswaar geen garantie voor het succesvol afslaan van een aanval met ASMs, maar het patrouilleschip zou in deze omstandigheden vrijwel kansloos zijn geweest.

De wapenwedloop van irregulieren en de noodzaak tot escalatiedominantie

In de analyse is gebruik gemaakt van onderstaand theoretisch kader:

“War is a violent clash of interests between or among organized groups characterized by the use of military force. The essence of war is a violent struggle between two hostile, independent, and irreconcilable wills, each trying to impose itself on the other.”10 De Tweede Kamer heeft al tijdens de behandeling van de Prinsjesdagbrief en de defensiebegroting voor 2004 ingestemd met de analyse van de veiligheidssituatie en de uitwerking daarvan in concrete beleidsvoornemens voor de komende jaren.11 Kamervragen door de vaste Kamercommissie voor Defensie uit 2007, mede naar aanleiding van de door Hezbollah in 2006 geboekte (tactische) militaire successen in Libanon, werden beantwoord vanuit het perspectief van een maakbaar geweldsspectrum. Wel werd opgemerkt dat het huidige ontwerp van de patrouilleschepen in beperkte mate plaats biedt voor het uitbreiden van het sensoren- en wapenpakket door het bijplaatsen van andere, kleinere wapens, indien nodig ook tegen luchtdreiging.12

Creatief alternatief gebruik van bestaande oudere wapensystemen wordt ook door Sir Rupert Smith onderkend: “The (…) trend is that on each occasion new uses are found for old weapons.”13 Ter illustratie kan men denken aan de radeermessen gebruikt tijdens 9/11, het gebruik van kleine semi-onderzeeboten voor drugssmokkel in het Caribische gebied, het veelvuldige en sporadisch effectief gebruik van 107 mm en 122mm raketten in Irak en Afghanistan, het gebruik van explosieven voor IEDs, bomb belts, autobommen en go-fasts voor zelfmoordaanslagen, maar ook aan de gecoördineerde aanslagen op meerdere locaties tegelijkertijd in Mumbai.14 Het kan ook onschuldiger. Al in 2002 werd Hr.Ms. Van Nes tijdens een havenbezoek aan Jebel Ali geconfronteerd met twee low-slow flyers in een situatie waarin inlichtingen wezen op een verhoogde luchtdreiging van het soort Cessna. De commandant besloot vervroegd onverwijld naar zee te vertrekken om niet in een situatie te geraken dat mogelijk een onschuldige piloot uit de lucht zou moeten worden geschoten.15 Een Nederlands fregat kan zich met de Goalkeeper overigens uitstekend tegen dit soort dreigingen verweren. In dit kader is het interessant dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië mogelijkheden hebben onderzocht om compounds in Irak en Afghanistan middels marine-equivalente CIWS te beveiligen tegen onder andere 107 mm raketten.16 Op 21 april 2009 kondigde Ehud Barak, de Israëlische minister van defensie, aan landbased phalanx weapon systems aan te gaan schaffen ter verdediging tegen Qassam raketten en mortieren die vanuit Gaza worden afgevuurd.17 Hij verklaarde: ‘Such defence, as far as I am concerned, is a strategic goal’. AFP meldde diezelfde dag dat Israëlische aanvragen tot aanschaf van de Phalanx door de Verenigde Staten eerder waren afgewezen nadat het systeem met succes in Irak en Afghanistan was ingezet en alle beschikbaar komende systemen voor eigen gebruik zouden worden gereserveerd.18 Dergelijke programma’s zijn tegenwoordig bekend onder de naam counter rockets, artillery, and mortars(C-RAM).19 De vraag is niet of, maar wanneer wij worden geconfronteerd met een volgende militair ingenieuze, en effectieve nieuwe inzet van bestaande wapensystemen. INS Ahi Hanit beschikte over een geavanceerd CIWS, maar werd desondanks verrast. De patrouilleschepen zullen beschikken over state of the art sensoren, zullen mogelijk minder snel worden verrast, maar beschikken niet over een CIWS om vervolgens effectief op ASMdreiging te kunnen reageren. Dat organieke luchtverdediging niet kan worden uitbesteed, stond al vast na de Falklandoorlog in 1982.

Het patrouilleschip: platform en SEWACO

Als we het ontwerp van de patrouilleschepen bezien, is het duidelijk dat we te maken hebben met een robuust en zeewaardig schip waarvan leefcomfort en voortzettingsvermogen in de zin van tijd en afstand in veel opzichten vergelijkbaar zijn met die van een fregat. Twee snelle Super Rhibs en een NH-90 helikopter zijn voor het uitvoeren van MSO en MIO taken relevante en capabele primaire wapensystemen. Verder beschikken de patrouilleschepen over een geavanceerde en tamelijk omvangrijke set bovenwatersensoren, waardoor het in combinatie met de moderne communicatie en gevechtsinformatiesystemen niet alleen goed kan deelnemen maar ook kan bijdragen aan de maritieme beeldopbouw. De secundaire scheepsbewapening bestaat uit klassieke artilleriesystemen. Opvallend is daarbij de asymmetrie tussen de capaciteiten van de bovenwatersensoren en de secundaire scheepsbewapening met als uiterste consequentie dat de patrouilleschepen bepaalde dreigingen wel kunnen detecteren, maar daar slechts met beperkte kans op succes op kunnen reageren. Onderwatersensoren en onderwaterwapensystemen ontbreken. Ofschoon er op het eerste gezicht sprake is van een uitgebalanceerd ontwerp, is de keuze van de secundaire boorwapensystemen opvallend terughoudend.

Ernstiger is echter de al genoemde asymmetrie tussen de capaciteit van sensoren en de secundaire wapensystemen vooral in zelfverdedigingsituaties, maar ook als om andere redenen nauwkeurig gevuurd moet worden. Ook bij maritieme operaties in het lagere deel van het geweldsspectrum neemt de dreiging met geavanceerdere wapensystemen waartegen men zich snel en effectief zal moeten kunnen verdedigen immers snel toe. Reactiesnelheid, vuurkracht en nauwkeurigheid zijn daarvoor vereiste kerncapaciteiten. Ook bij de NAVO neemt de aandacht voor niet-klassieke marinetaken, zoals de bestrijding van terrorisme, zeeroof en andere taken in kustwateren toe. Taken in de lagere delen van het geweldsspectrum moeten in beginsel overal ter wereld kunnen worden uitgevoerd. Dit laat onverlet de blijvende relevantie van klassieke blue water taken. Het belang van MSO als gevolg van de snel toenemende wereldbevolking en de daarmee in de pas lopende druk op de maritieme omgeving als domein voor transport en exploitatie, neemt de komende decennia immers alleen maar toe.

Bij inzet van de secundaire scheepsbewapening van het patrouilleschip moet onderscheid gemaakt worden tussen wapeninzet bij zelfverdediging en die welke benodigd is voor het uitvoeren van de hoofdtaken. Taken waarbij geen wapeninzet te verwachten valt zoals b.v. visserij-inspectie, kunnen natuurlijk buiten beschouwing blijven. Vooral de deelname aan MIO, een hoofdtaak van de patrouilleschepen, brengt een aantal risico’s met zich mee waarbij het schip zelf het doelwit van een plotselinge aanval kan worden. Het patrouilleschip zal daarbij als regel onder restrictieve geweldsinstructies opereren die de inzet van artilleriesystemen tot het allerlaatste moment zullen beperken. Er is altijd sprake van zeer korte reactietijden waarbij kleine doelen met maximale nauwkeurigheid moeten kunnen worden bevuurd en vernietigd.

Met de nu voor de patrouilleschepen voorziene wapensystemen is zelfverdediging tegen een klein vaartuig en vliegtuigen weliswaar redelijk goed mogelijk, maar in het geval van een aanval met ASM zijn de trefkansen van het 76 mm en het 30 mm kanon gering, zeker als er sprake is van meerdere doelen tegelijk. Voor het uitvoeren van MIO hoofdtaken moet scheepsartillerie op een aantal manieren kunnen worden ingezet: 1) imponeren en dreigen, 2) schot voor de boeg, 3) gericht schade toebrengen en 4) het stoppen van een vaartuig. Het 76 mm kanon is ongetwijfeld een goede keuze voor de eerste twee punten en voorziet de patrouilleschepen tevens van een wat langere arm met alle voordelen van dien. Tenzij het kanon kan worden toegewezen aan een zeer nauwkeurig, op zeer korte afstand (200-2.000 m) inzetbaar richtmiddel, is het echter nauwelijks geschikt om selectief schade aan een ander vaartuig toe te brengen. Daarbij komt ook nog dat 76 mm luchtdoelmunitie minder geschikt is voor het door enkele gecontroleerde salvo’s tot stoppen brengen van zeedoelen met een stalen romp.20

De auteurs zijn dan ook van mening dat de patrouilleschepen een CIWS moeten krijgen. De schepen krijgen daarmee de beschikking over een wapensysteem waarmee zij in voorkomende gevallen met minimale reactietijd en tot op zeer korte afstand het hoofd kunnen bieden aan een variëteit van dreigingen. Dreigingen waar de huidige bewapening van de patrouilleschepen vanwege reactiesnelheid, bereik en nauwkeurigheid geen of veel minder trefkans biedt, zoals zelfmoordaanslagen met snelle kleine boten, sportvliegtuigjes en dreigingen als ASM’s. Ook is een dergelijk wapensysteem vanwege nauwkeurigheid, minimumbereik en het grote doordringende vermogen van de MPDS munitie veel geschikter dan de nu gekozen wapensystemen om een doel met gericht vuur tot gehoorzaamheid of stoppen te dwingen. LPDs, die overigens net de patrouilleschepen de functie van troop carrier kunnen vervullen en ook in brown water opereren, beschikken wel over CIWS.

Daarnaast zullen de Holland-klasse patrouilleschepen naar verwachting in een aantal gevallen met succes van non-lethalweapons gebruik kunnen maken. Net zoals dat voor de politie geldt, hebben schepen bij het uitvoeren van constabulary tasks immers behoefte aan een escalatiedominantie die nauwkeurig op de tegenstander kan worden afgestemd en niet onmiddellijk tot potentieel dodelijk geweld leidt. Er zijn momenteel op dit gebied een groot aantal veelbelovende ontwikkelingen die aandacht verdienen, waarbij akoestische en op microgolventechnologie gebaseerde wapensystemen het meest veelbelovend zijn.21

Conclusie

Zelfs Israël bleek ondanks een decennialange staat van (semi-)permanente oorlog met een irreguliere tegenstander niet gevrijwaard van door intelligence failures en menselijke onachtzaamheid veroorzaakte verrassingen, ondanks het feit dat de Ahi Hanit – in tegenstelling tot de patrouilleschepen – over een (Phalanx) CIWS beschikte. Het incident met de Ahi Hanit onderstreept het evidente belang van operationele, organieke luchtverdediging. Nieuwe toepassingen voor combinaties van oudere wapen(s)(systemen) zijn een trend. Niet wij, maar de onafhankelijk denkende, intelligente, agile tegenstander met een vrije wil bepaalt depositie op het geweldsspectrum. De interactie tussen “hostile and irreconciliable wills” wordt aan eigen zijde geïllustreerd door experimenten met en aanschaf van marine-equivalante CIWS voor force protection bij landoptreden en illustreert het belang dat Westerse krijgsmachten aan force protection hechten. CIWS als bescherming bij landoptreden is nieuw en actueel. De les van het onomstreden belang van organieke CIWS is al 42 jaar oud, maar lijkt in tegenstelling tot de LPDs bij de patrouilleschepen veronachtzaamd. Het belang van CIWS voor brown water operaties is nog pregnanter dan voor blue water employment, gezien de kortere reactietijd bij shore launched ASMs. Juist patrouilleschepen zijn ontworpen voor brown water operations. De goalkeeper heeft met betrekking tot force protection als bijkomend voordeel boven andere CIWS dat deze ook effectief kan worden ingezet tegen oppervlaktedoelen waardoor force protection en mission accomplishment elkaar kunnen versterken. Het mag toch niet
zo zijn dat Nederlandse militairen het risico lopen om te worden geconfronteerd met een ASM dreiging die weliswaar kan worden gedetecteerd maar niet kan worden afgeweerd.

KTZ S.J.J. (Sjoerd) Both en LNTKOLMARNS H.J. (Rik) van der Maas MA hebben het artikel op persoonlijke titel geschreven en zijn beiden werkzaam als docent voor de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) op respectievelijk de locaties Breda en Den Haag.
« Laatst bewerkt op: 18/08/2009 | 02:12 uur door Kapitein Rob »

Hallo Gast! De reacties in topics zijn verborgen voor gasten. Je mist op dit moment 2517 reacties. Registreer jezelf of login om de reacties te bekijken.