Auteur Topic: ’Iedere militair verdient nazorg’  (gelezen 1718 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

A.J.

  • Forum-beheerder
  • ERG FANATIEK
  • ****
  • Berichten: 5917
’Iedere militair verdient nazorg’
« Reactie #5 Gepost op: 24/12/2014 | 22:21 uur »
’Iedere militair verdient nazorg’

Kwiek komt Jeanine Hennis haar werkkamer binnen. „Ik heb net taart gesneden”, verklaart ze haar verlate komst. Op de dag van het interview bestaat het Korps Mariniers 349 jaar. De mariniers onder haar medewerkers krijgen daarom allemaal een fijne punt patisserie bij de koffie. Hennis draagt graag persoonlijk uit dat personeel het belangrijkste kapitaal van de krijgsmacht is. Een gesprek over de zorg voor dat belangrijke bezit.

Is er in Nederland voldoende waardering voor de veteraan?

„Die waardering is er zeker. Kijk naar de cijfers, kijk naar wat een Veteranendag jaarlijks losmaakt. Natuurlijk kun je dat nog altijd niet vergelijken met de positie van de veteraan in Amerika. Bezoek daar een willekeurige koffietent en let op wat er gebeurt als er een veteraan binnenloopt. Dan wordt er meteen van achter de toonbank geroepen: ’Sir, thank you for serving! Gaat u maar even voor’. Waarop de veteraan naar buiten loopt met zijn gratis cappuccino. Hoe mooi is dat. Wat ook voorkomt: een heel terras dat gaat klappen als er een veteraan voorbijloopt. Dat is bij ons amper voor te stellen.”

Moeten Nederlanders wat dat betreft meer Amerikaans worden?

„Nederland en de VS hebben nu eenmaal een andere volksaard. Uiteindelijk gaat het om de vraag: hoe is de veteranenzorg geregeld? Op dat punt doen we het helemaal niet zo slecht – verre van dat. Vroeger was het: we sturen militairen naar een gebied, ze komen terug en het loopt allemaal wel los. Daar zijn we van een koude kermis van thuisgekomen, want iedereen verdient nazorg. Daarom hebben we gezegd: die veteranenstatus geldt ook voor militairen in actieve dienst. Het garandeert begeleiding voor, tijdens en na een uitzending.”

Is de veteranenzorg nu dan allemaal perfect geregeld?

„De basis is er, al moet je natuurlijk altijd open blijven staan voor vernieuwing. Ik durf te zeggen dat wij met onze veteranenzorg internationaal gezien tot de top behoren. Dat is niet vanzelf gekomen. Daar is voor gestreden en geleden. Neem de Indiëveteraan. Die kwam na de Tweede Wereldoorlog terug in een verwoest land. Voor hun ervaringen was geen aandacht. Sterker nog: ze werden vaak eerder als lastig ervaren.”

Vindt u dat hun gevoel van miskenning inmiddels voldoende is weggenomen?

„Dat zou je aan de mensen zelf moeten vragen – ik kan alleen vanuit mijn contacten spreken. De groep wordt natuurlijk steeds kleiner, en het is niet de enige met heftige ervaringen. Ook Libanon is een heftige missie geweest en ook voor hen was weinig aandacht en begeleiding toen ze terugkwamen. Mede dankzij de pijn die deze veteranen hebben geleden, is de veteranenzorg in de steigers gezet zoals we die nu hebben. Dat is natuurlijk een hard gelag voor degenen die dat hebben moeten missen. Dankbaarheid voor die mensen is zeer op zijn plek.”

Alle militairen met uitzendervaring krijgen de status van veteraan. Sommige oude veteranen vinden dat de erkenning van jonge militairen wel erg makkelijk komt aanwaaien. Wat vindt u daarvan?

„Die wedstrijd moet je niet met elkaar aangaan. Elke missie heeft zijn eigen moeilijke omstandigheden. Wat wel speelt, is dat de zorg zoveel beter is geworden. Dat gevoel wordt bijvoorbeeld beleefd bij Libanonveteranen. Er was vergeleken met nu heel weinig toen zij terugkwamen. Dat gevoel kan ik heel goed plaatsen. De pijn die zij hebben ervaren na terugkomst, het gebrek aan erkenning en begeleiding, heeft uiteindelijk geleid tot de veteranenzorg anno 2015.”

Maar wat moet er nou beter aan de veteranenzorg?

„Dat zit vooral in de bespreekbaarheid van schade die militairen soms aan een missie overhouden. Gelukkig wordt het taboe op bijvoorbeeld een posttraumatische stressstoornis (ptss) steeds kleiner. Maar sommige militairen vinden het nog steeds moeilijk om te erkennen dat het een serieus probleem is. Het is uiteraard niet altijd even stoer om te erkennen dat het niet goed met je gaat. Vandaar dat ik zo hamer op het bespreekbaar maken ervan, onder actief dienenden, bij militairen die uit dienst zijn, bij huisartsen die militairen onder behandeling hebben. Het is cruciaal dat ze weten dat klachten verband kunnen hebben met een militair verleden. Hoe klein de groep ook is, je moet je uiterste best doen om ook de verborgen klachten te achterhalen.”

Waarom is dat zo moeilijk?

„Niet iedere militair die terugkomt van een missie is daar meteen mee bezig. Ze komen terug en gezin en werk draaien gewoon door. Verreweg de meeste militairen zien hun uitzending als een verrijking. Een klein aantal komt terug met blijvende schade. Soms komt de impact van bepaalde ervaringen pas veel later aan de oppervlakte, als het leven in een andere fase is gekomen, als de kinderen het huis uit zijn of de partner is overleden.”

„Dat vond ik zo ontzettend indrukwekkend bij mijn bezoek aan Bronbeek, het verzorgingshuis voor veteranen. Een oudere man, ver in de tachtig, vroeg mij of ik de commandant van Bronbeek wilde bedanken voor de nieuwe kamer die hij had gekregen – niet langer aan de kant van de bomen, maar met uitzicht op de parkeerplaats. Ik snapte daar niks van – wie wil er nou uitzicht op de auto’s? Hij zei: excellentie, als het hard waait en ik zie de bomen bewegen, dan denk ik steeds weer dat de Jappen komen. Dat had hij zijn hele leven niet gehad. Het tekent hoe zoiets toch aan het einde van iemands leven intens kan opspelen.”

En dan staat Defensie meteen klaar met een arts?

„Als het nodig is wel. Maar zorg is niet altijd alleen een arts. Van de week was ik op bezoek bij Stichting Hulphond. Ik heb daar indringende gesprekken gevoerd met veteranen die blijvende schade hebben opgelopen tijdens hun uitzending, en met hun partners. Zij vertelden me: ik zit al jaren thuis, durf niet meer de straat op. En natuurlijk is er de psycholoog, de psychiater, maar als je in de beslotenheid van je angsten of agressie thuiszit, en als alleen vrouw of kinderen zorgen dat je nog enigszins een normaal leven hebt… het beslag dat dit legt op een gezin is enorm. Ik heb gezien dat een veteranenhond zo’n gezin kan ontlasten.”

„Die hond voelt de spanning bij zijn baas oplopen en geeft aan: tijd om naar buiten te gaan. De hond maakt ze wakker als ze nachtmerries hebben, gaat mee boodschappen doen en zorgt dat ze zich veilig voelen op straat. Hun partners vertelden me: dankzij de veteranenhond maak ik me geen zorgen meer als hij van huis is, want hij is met de hond. Een andere vrouw vertelde me: ik kan weer verder met mijn opleiding, want dankzij de hond durf ik hem alleen thuis te laten. De gesprekken waren zo overtuigend, dat ik meteen dacht: dit gaan we steunen.”

„Er is een hele tijd gediscussieerd over of de hond nou bijdraagt aan de genezing bij ptss. Die discussie kun je tot sint-juttemis voeren. Ik zeg: daar gaat het niet om. Natuurlijk helpt een hond niet iemand zomaar genezen van ptss, maar hij maakt voor een groep veteranen het leven met ptss wel draaglijker. Daarom zal Defensie het opleiden van veteranenhonden financieel ondersteunen.”

Vroeger werden veteranen vooral geassocieerd met prins Bernhard en het defilé in Wageningen. Nu er een Veteranendag is, kan Wageningen weg, of niet?

„Er is gezegd: we hebben die Veteranendag, dus dat defilé in Wageningen hoeft niet meer. Wageningen heeft echter zijn hele eigen karakter. Het is meer gefocust op de Tweede Wereldoorlog. Laat dat maar op zijn beloop. Ik heb daar vorig jaar mogen spreken. Het was prachtig. Ik dacht: wat zitten we hier krampachtig te doen? Het bijt elkaar niet. Dus: Wageningen blijft.”

Telegraaf

Hallo Gast! De reacties in topics zijn verborgen voor gasten. Je mist op dit moment 4 reacties. Registreer jezelf of login om de reacties te bekijken.