Koninklijke Marine in cijfers 1945 - 2012Laatst aangepast: 10-12-2011
De Koninklijke Marine is de afgelopen 67 jaar enorm veranderd. Marineschepen.nl brengt voor het eerst op internet de ontwikkeling van de Nederlandse marineschepen in kaart. De vele cijfers en grafieken geven een goed beeld van de (aantallen) marineschepen en de marine in het algemeen sinds '45.
Het totaal aantal marineschepen dat Nederland heeft gehad in de periode 1945-2012.
Een roerig beginIn 1945 kwam de Koninklijke Marine gebroken uit de Tweede Wereldoorlog. Veel schepen waren in de oorlogsjaren stukgevaren of stukgeschoten. Ons land was failliet. Ook het marinepersoneel had flinke verliezen geleden. Maar er was een wil om de marine weer snel op te bouwen. Deels omdat al vrij direct een nieuwe strijd zich aankondigde: Nederlands-Indië en de Koude Oorlog dienden zich aan.
De marine leende schepen uit Engeland (bijv. de eerste Karel Doorman, het vliegdekschip) en kocht/ kreeg schepen uit Amerika, overigens net als veel andere Europese landen. "Oorlogsveteranen" zoals de mijnenvegers van de Jan van Amstel klasse werden opgeknapt en aan de vloot toegevoegd. Andere schepen werden van de Duitsers teruggevorderd of ze werden ergens teruggevonden en er lagen ook nog schepen op de werf zoals de twee kruisers van de De Zeven Provinciën klasse, waaraan de KM al voor de oorlog met de bouw was begonnen.
Hr.Ms. Wolf in 1954. Deze fregatten van de Roofdierklasse waren Patrol Craft Escorts (PCE) die Nederland ontving van de US Navy in het kader van "Defensie steun" na de Tweede Wereldoorlog. Foto: CAVDKM.Veel nieuwe schepen: mijnenvegers en in buitenland ontworpen fregattenOp operationeel vlak was stilzitten er voor de Koninklijke Marine niet bij na de Tweede Wereldoorlog. De dreiging van de Sovjet-Unie leidde tot internationale samenwerking: oprichting van de NAVO. Al had men de eerste jaren vooral aandacht voor land- en luchtstrijdkrachten. Na het begin van de jaren '50 steeg het aantal marineschepen snel, maar het niveau van veel nieuwe schepen was niet bijzonder. Zo waren de fregatten van de Roofdierklasse eigenlijk niet meer dan patrouillevaartuigen. Het vliegkampschip Karel Doorman, de twee gigantische nieuwe kruisers en de torpedobootjagers van de Holland en Friesland klasse waren een uitzondering. Daarna volgde met de gevechtsacties van de Van Amstel klasse fregatten en de Evertsen klasse fregatten tijdens de Korea-oorlog (1950-55) meer waardering. Tot 1962 verrichtte de marine taken uit in de Oost. Nadat de laatste schepen Nieuw-Guinea hadden verlaten veranderden de taken en vooral de marine zelf opnieuw.
Hr.Ms. kruisers De Zeven Provinciën en De Ruyter waren na de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste grote schepen, naast uiteraard Hr. Ms. Karel Doorman. Foto: CAVDKM.Minder maar betere schepenHet vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman werd na een brand afgestoten en niet meer vervangen. Er was wel een nieuwbouw programma begonnen met 2 nieuwe onderzeeboot klassen (Potvis en Zwaardvis klasse), nieuwe fregatten (Van Speijk klasse) en Geleide Wapen fregatten. Terwijl er net nieuwe onderzeeboten in dienst waren gekomen, de eerste echte bevoorrader (Hr.Ms. Poolster) en een hele serie mijnenvegers. Overigens was aan de periode na de Tweede Wereldoorlog aan mijnenvegers geen gebrek: de Mijnendienst had in 1956 maar liefst 67 schepen in dienst. Dat aantal is sindsdien alleen maar afgenomen, naar het aantal van....
Bron:
http://marineschepen.nl/dossiers/marine-in-cijfers.htmlBekijk vooral de bron verder, een leuk artikel, en daar is de opmaak ook goed. Dit is alleen het eerste deel.