bergd
Activiteit
Berichten: 257
|
 |
« Antwoord #1 Gepost op: 19/05/2011 | 21:08 uur » |
|
Wanneer een mogendheid via culturele druk een bepaalde ideologie in een land wil introduceren, heeft dat weinig kans van slagen. … Dat concludeert een Russische archiefonderzoekster die studie maakte van de naoorlogse beïnvloeding van Duitse universiteiten door zowel Amerika als Rusland.
▶ Groningen Duitse collegezalen waren ten tijde van de Koude Oorlog (1945-1990) een ideologisch slagveld. Zowel de voormalige Sovjet-Unie als de Verenigde Staten probeerden er hun ideologie op te dringen, echter met weinig resultaat. Tot deze bevindingen komt Natalia Tsvetkova (1973). Ze bestudeerde de greep van Rusland en de VS op de Duitse universiteiten in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Zij deed dit op basis van recent geopende archieven. Vandaag promoveert de in Sint Petersburg werkzame Russische wetenschapper aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het beïnvloeden door de twee supermogendheden van de Duitse intelligentsia slaagde maar ten dele aan beide zijden van het IJzeren Gordijn, volgens Tsvetkova omdat de hoogleraren een zekere mate van onafhankelijkheid wisten te bewaren. ‘Ook de studenten bleken de westerse en communistische heilsleer niet voor zoete koek te slikken.’ Zowel Rusland als de VS pakten de hervorming van het universiteitsleven in hun eigen bezettingszones stevig aan. Dat strekte verder dan alleen een zuivering van nationaalsocialistische elementen. Zo werden in West-Duitsland rectoren vervangen, universitaire statuten herschreven, studierichtingen gewijzigd door nieuwe disciplines, zoals politieke wetenschappen, te introduceren en werd de collectie van de universiteitsbibliotheken grondig aangepast. brandpunt ‘Het doel was’, aldus de onderzoekster, ‘het opleggen van eigen doctrines aan de Duitse bevolking, oftewel cultureel imperialisme. Daarmee werd Duitsland een brandpunt van de ideologische strijd tussen Oost en West’. Zelfs na de onafhankelijkheid van de Bondsrepubliek Duitsland in 1955 ging de Amerikaanse bemoeienis door. Zo dwong Washington in 1969, ten tijde van de onrust onder studenten, de Duitse regering tot een nieuw pakket universitaire hervormingen, ontworpen door Amerikaanse deskundigen. Toch heeft dit ‘cultureel imperialisme’ weinig bereikt, stelt Tsvetkova vast, ‘want het Duitse professoraat dwarsboomde deze bedoelingen uit een conservatieve voorliefde voor de Duitse onderwijstraditie’. Ook in Oost-Duitsland stuitte het cultureel offensief op verzet van de hoogleraren, hoewel de intellectuele dissidenten in het Oostblokland er meer oren naar hadden. Al met al bleven de universiteitsdocenten ‘vol bewondering’ vasthouden aan de waarden van de traditionele Duitse universiteiten: academische vrijheid, grote afstand ten opzichte van de politiek en veel invloed voor de wetenschappelijke staf. Aan het einde van de Koude Oorlog waren de Duitse universiteiten niet westers of communistisch georiënteerd, maar onveranderd. ‘Het cultureel imperialisme was gestrand op de conservatieve hang naar de eigen Duitse onderwijstraditie.’ De les voor vandaag is, volgens de promovenda, dat het weinig zinvol is om via culturele druk en dominantie een bepaalde ideologie in een land in te voeren, al wordt dit gepoogd. Daarbij valt te denken aan de pogingen vanuit het Westen om de Arabische wereld cultureel te beïnvloeden, de internationale propaganda door Rusland en China, en de wijze waarop Europa Afrikaanse landen tracht op te voeden. <
Bron: ND Hans Hopman nd.nl/binnenland
|