Auteur Topic: Het SBK in het licht van de komende bezuinigingen bij Defensie  (gelezen 9242 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

rom2007

  • Junior lid
  • **
  • Berichten: 53
Het SBK in het licht van de komende bezuinigingen bij Defensie
« Reactie #17 Gepost op: 26/05/2011 | 07:33 uur »
Citaat
Kreeg ik toegestuurd, misschien is dit eerder geplaatst.

Aan : Besturen NOV en FVNO|MHB
Steller : Martin Weusthuis; beleidsmedewerker pensioenen en sociale zekerheid FVNO|MHB
Datum : 16 maart 2011

Bijlagen : Beschrijving instrumentarium huidig SBK Defensie en BWSD

Discussiepunten versobering SBK

Defensie wil het SBK versoberen voorafgaand aan de aanstaande massa-ontslagronde. Defensie kijkt o.a. naar het SBK sector Rijk (is flankerend beleid) dat inderdaad op een aantal punten soberder is, maar ook wel naar het Besluit Bovenwettelijke uitkeringen bij Werkeloosheid voor de Sector Defensie (BWSD), ook iets soberder dan het SBK Defensie. Op dit moment vinden er in de sector Rijk gesprekken plaats over het SBK. Donner zet daar alle tollen los, in de hele CAO incl. SBK. Er is nog niet inhoudelijk gesproken omdat er meteen een patstelling is ontstaan.

1. Defensie wil de looptijd van het huidige SBK tot 1 januari 2013 vervroegen tot medio 2011. Reden is het Regeerakkoord en dat alle ontslagen in de komende reorganisatie onder hetzelfde arbeidsvoorwaardelijke regime gebeuren. Niet akkoord gaan hiermee zou meer ontslagen betekenen. Het SBK Defensie mag dan iets ruimer uitvallen dan dat van de sector Rijk, daar staat tegenover dat de CAO Rijk de laatste jaren ruimer was dan die van Defensie.
SBK-aanpassingen moeten dan ook altijd worden bezien in samenhang met de sector CAO.
2. De lengte van de herplaatsingstermijn. Defensie wil bekorten. In vorige aanpassingsronden hebben de bonden deze termijn op maximaal 24 maanden gekregen, maar Defensie wilde toen al een herplaatsingsperiode van 9 maanden tot 1 jaar. Het SBK Rijk kent een herplaatsingstermijn van 18 maanden.
3. De lengte van de wachtgeldperiode. Defensie wil bekorten. Zeker de ‘garantieregeling’ vanaf 50 jaar tot 65 jaar ligt onder vuur. De vergelijkbare garantieperiode in het SBK Rijk is 3 keer de lengte van de WW-periode. De maximale WW-periode is momenteel 38 maanden (1 maand per gewerkt jaar). De maximale wachtgeldperiode is dan 114 maanden, is 9,5 jaar. De SBK garantieregeling in de sector Rijk is vanaf 55 jaar tot 65 jaar.
4. De hoogte van de wachtgelduitkering lijkt vooralsnog niet onder vuur te liggen.
5. Het Defensie SBK kent geen sollicitatieplicht voor wachtgelders vanaf 55 jaar. Het SBK Rijk kent de WW-volgende sollicitatieplicht tot 65 jaar. Defensie zal die 55 jaar willen schrappen.
6. Definiëring begrip ‘passende werkzaamheden’. Dit begrip wordt momenteel zo breed mogelijk binnen het rechtspositionele kader uitgelegd. Factoren als verandering in de plaats van tewerkstelling, de woon/werk reisafstand en de positie en de status van de functie, zijn op zichzelf geen zelfstandige redenen om een functie niet passend te vinden. Dat laatste gaat natuurlijk op tot het punt dat jurisprudentie daar grenzen aan stelt. Defensie kan hier vanwege die juridische grens niet veel meer oprekken.
7. Ontslagrangorde. Het SBK kent geen vastgelegde ontslagrangorde. Het AMAR kent ook geen vastgelegde ontslagrangorde bij massaontslagen. Dat is ook niet zo nodig omdat voor met ontslag bedreigde officieren binnen Defensie tot nu toe meestal wel een functie kan worden
gevonden.

Daar waar er uiteindelijk wel ontslag volgt wordt ontslagen op de te heffen functie, in beginsel zonder aanmerking des persoons.

Voor burgerambtenaren ligt dat anders. Het BARD kent daarom wel een ontslagrangorde:
 eerst vrijwilligers;
 35 en meer pensioengeldige dienstjaren waarbij de ouderen voorgaan;
 medewerkers jonger dan 35 jaar waarbij degenen met het minste aantal dienstjaren in overheidsdienst voorgaan;
 als laatste medewerkers met het minste aantal jaren in overheidsdienst.
Nu er ook voor officieren gedwongen ontslagen zitten aan te komen, is het voorstelbaar dat Defensie meer in het belang van de organisatie gaat reorganiseren, waarbij het belang van de medewerker ondergeschikt raakt. Dat is een bedrijfsmatige afweging waarin de centrales niet kunnen treden. Er ontstaat hier wellicht een spanning tussen het bedrijfsbelang Defensie en het personeels-/ledenbelang centrales.

Bijlage I Sociaal Beleids Kader Defensie

Inleiding

Het SBK Defensie staat niet separaat, maar toont gelijkenissen met andere SBK’s van andere sectoren binnen de overheid, vooral dat van de sector Rijk dat toonaangevend is. Door tijdsverloop en sectorspecifieke ontwikkelingen zijn de kaders wel uit elkaar gelopen. Toch is het zo dat de sociale kaders van de kerndepartmenten elkaar in opzet niet veel ontlopen, waarbij het ook de politiek-ambtelijke bedoeling is om dat zo te houden.
De bedoeling van het SBK is zo weinig mogelijk ontslagen te laten vallen en de mensen van werk naar werk te brengen. Daarvoor is instrumentarium in de SBK-regeling neergelegd.
De SBK-maatregelen treden in werking bij officiële reorganisatie- en reductieoperaties. Het SBK geldt voor militairen en burgerambtenaren op meestal gelijke wijze.
De maatregelen in logische volgorde van inwerkingtreding:
1. Stimulering van de vrijwillige uitstroom. Dat gebeurt d.m.v.:
• Aanbieden gratis loopbaanscan voor functie buiten Defensie;
• Aanbieden stimuleringspremie voor personeel dat zelf ontslag neemt. Eerst voor alle defensiemedewerkers, nu alleen voor de zgn. knelpuntcategorieën. Bij <15 jr diensttijd Defensie: 6 bruto maandsalarissen, bij >15 jaar Defensie: 9 bruto maandsalarissen. Is managementinstrument geworden;
• Remplacantenregeling: Vrijwillig ontslag nemen om collega op bedreigde functieplaats voor ontslag te behoeden. De remplacant wordt zelf herplaatsings -kandidaat en vervolgens ontslagen. Is managementinstrument geworden;
• Stimulering zelfstandig ondernemerschap:
o Starterssubsidie in de vorm van eenmalig kapitaal of voor beperkte periode een wachtgelduitkering (max. 30% van nominale waarde gekapitaliseerde wachtgelduitkeringen);
o Afkoop wachtgeld (30% nominale waarde gekapitaliseerde wachtgelduitkeringen);
• Wachtgeld-UKW-maatregel. Militair kan 3 jaar voorafgaand aan reguliere UKW-ontslagleeftijd vrijwillig ontslag krijgen. Hij krijgt dan max. 3 jaar wachtgeld en vervolgens de reguliere UKW-uitkering;
• 57-jarigen maatregel voor burgerambtenaren. Burgerambtenaren van 57 jaar e.o. kunnen vrijwillig ontslag krijgen en direct het wachtgeld in gaan tot 65 jaar zonder herplaatsingsactiviteiten. Is managementinstrument bij knelpuntcategorieën geworden.
2. Herplaatsingsactiviteiten
Uitgangspunt is medewerkers ‘van werk naar werk’ helpen. Gedurende het herplaatsingsproces behoudt de defensieambtenaar zijn ambtelijke status met behoud van salaris in beginsel zonder toelagen, met ziektekostenregeling (SZVK) en met pensioenopbouw. Er wordt naar een passende functie gezocht eerst intern binnen Defensie, en als dat niet lukt, extern buiten Defensie door het ingehuurde bedrijf Kansrijk.

Het herplaatsingsonderzoek kent de volgende stadia:
1. De functie vervalt, de medewerker wordt herplaatser;
2. Onderzoek naar interne passende functie, min. 2 en max. 6 maanden;
3. Onderzoek naar externe functie buiten Defensie. Het dossier gaat naar Kansrijk dat gedurende de resterende periode tot max. 24 maanden probeert een baan te vinden;
4. Als dat na max. 24 maanden of eerder, niet lukt, wordt i.v.m. de ontslagtermijn van drie maanden na 21 maanden ontslag i.v.m. overtolligheid aangezegd (art 116 BARD en art 39 AMAR);
5. Ontslag na maximaal 24 maanden.
3. Wachtgeld
Defensie is eigen risicodrager, wat wil zeggen dat voldaan moet worden aan de WW-aanspraken, maar dat Defensie zelf voor de uitkeringen zorgt. Bovenop de wettelijke WW-aanspraken kent Defensie de bovenwettelijke aanspraken uit de i.h.k.v. het SBK geldende :
1. Militaire wachtgeldregeling 1961
2. Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren Defensie
De wachtgeldaanspraken voor burger en militair zijn gelijkluidend.
De herplaatser-militair die wordt ontslagen op een moment maximaal 5 jaar voorafgaand aan de reguliere UKW-ontslagleeftijd, krijgt wachtgeld tot die UKW-ontslagdatum en vervolgens de reguliere UKW-uitkering, alsof de militair tot die UKW-ontslagdatum in dienst is geweest.
De hoogte van het wachtgeld is:
- De eerste drie maanden na ontslag 93% van het laatstverdiende inkomen
- Dan gedurende 9 maanden 83% van het laatstverdiende inkomen
- Dan gedurende de resterende periode 73% van het laatstverdiende inkomen
De lengte van het wachtgeld hangt af van leeftijd en diensttijd van de defensieambtenaar. De uitkeringslengte groeit naar mate de optelsom van leeftijd en diensttijd groter wordt. Bij leeftijd 30 jaar en 10 jaar diensttijd is de uitkeringsduur ruim 4,5 jaar. Bij leeftijd 40 jaar en 20 jaar diensttijd is de uitkeringsduur ruim 9 jaar. Vanaf leeftijd 50 jaar valt de defensieambtenaar met minimaal 10 jaar diensttijd onder de ‘garantieregeling’. D.w.z. dat de wachtgelduitkering doorloopt tot 65 jaar.
Vanaf 55 jaar bestaat er bij een SBK-wachtgelduitkering geen sollicitatieplicht.
De collectieve pensioenopbouw gedurende de wachtgeldperiode is 50%. De werkgever draagt 70% in de premie bij. De gewezen defensieambtenaar kan zelf de andere helft bijplussen, maar dan betaalt hij daarvoor 100% van de premie. Voor de wachtgelder-burgerambtenaar stopt de collectieve pensioenopbouw op 62 jaar. De militair zit dan meestal in de UKW-uitkering waarin pensioenopbouw doorloopt tot 65 jaar.

Bijlage II

Besluit Bovenwettelijke uitkeringen bij Werkeloosheid voor de Sector Defensie
Inleiding
Bij ontslagen die vallen buiten het SBK-regime (individuele ontslagen en niet-reorganisatie- ontslagen) geldt het regime van het Besluit Bovenwettelijke uitkeringen bij Werkeloosheid voor de Sector Defensie (BWSD). Dit BWSD geldt voor militairen en burgerambtenaren in gelijke mate. Het BWSD-regime is gelieerd aan en bouwt voort op de WW-(uitkerings)structuur. De WW-regels zijn ook van toepassing gedurende de verlengde BWSD-uitkering. Zo wordt bijv. de hoogte van de BWSD-uitkering verlaagd en verkort als de WW-uitkering daalt of korter wordt, behalve als sociale partners binnen 6 maanden anders beslissen.
Kenmerken
1. De bedoeling is dat defensiemedewerkers die met BWSD-ontslag worden bedreigd en jonger zijn dan 40 jaar, één jaar voor ontslag worden begeleid in het vinden van ander werk. Zijn ze ouder dan 40 jaar dan vindt de begeleiding gedurende drie jaar voor ontslag plaats.
2. De hoogte van de BWSD-uitkering is:
- de eerste 6 maanden 80%;
- dan 6 maanden 75%;
- verder 70%.
3. De lengte van de BWSD-uitkering:
Tot 40 jaar: geen recht op verlengde uitkering, alleen verhoogde BWSD-uitkering gedurende de WW-looptijd (1 maand per dienstjaar).
Van 40 tot 50 jaar: recht op verlengde en verhoogde uitkering nadat de WW-uitkering is gestopt. De verlenging is op basis van de langere WW-uitkering zoals die gold vóór 1/1/2006 (maximaal 5 jaar).
50 jaar e.o de verlengde uitkering loopt door tot 65 jaar indien minimaal 10 jaar diensttijd
4. Een BWSD-uitkering betekent de WW-sollicitatieplicht tot 65 jaar.
5. De collectieve pensioenopbouw gedurende de BWSD-periode is 3/8 deel. De werkgever draagt 70% in de premie bij. De 3/8 collectieve pensioenopbouw loopt door tot 62 jaar. De gewezen defensieambtenaar kan zelf 5/8 deel bijplussen, en tussen 62 en 65 8/8 deel, maar dan betaalt hij daarvoor 100% van de premie.

Hallo Gast! De reacties in topics zijn verborgen voor gasten. Je mist op dit moment 16 reacties. Registreer jezelf of login om de reacties te bekijken.