Overigen > Historie

Aanval Doorman slecht ontvangen

(1/2) > >>

Lex:
Aanval Doorman slecht ontvangen

Was zeeheld Karel Doorman niet doortastend genoeg tijdens de Slag in de Javazee? En heeft marinehistoricus Flip Bosscher dit na de oorlog proberen te verhullen?

Die aantijgingen door militaire historici in het blad Militaire Spectator hebben veel stof doen opwaaien. Al zeventig jaar woedt een discussie over de rampzalig verlopen Slag in de Javazee, de rol van vice-admiraal Helfrich en zijn ondergeschikte, schout-bij-nacht Doorman. De dood van de schout bij nacht is door de overheid aangegrepen om aan te tonen dat de Koninklijke Marine dapper doorgevochten heeft terwijl Nederland en Nederlands-Indië onder het juk van de bezetters zuchtten.

In het vakblad Militaire Spectator zetten de historici dr. P.C. Boer en drs. R. Enthoven fikse vraagtekens bij de verering van Doorman. Bekend was al dat Doorman liever de wijk had genomen naar Australië om een beter moment af te wachten. Zijn baas Helfrich gelastte de ondercommandant echter eind februari 1942 naar zee te gaan om de aanstormende Japanse vloot te vernietigen. De order pakte dramatisch uit. Het geallieerde vlootverband onder leiding van Doorman werd finaal in de pan gehakt. De schout-bij-nacht ging met zijn vlaggenschip naar de kelder. Helfrich vluchtte naar een geallieerde haven om de strijd voort te kunnen zetten.

Offensief
In hun artikel over Doorman en de Javazee-campagne leveren Boer en Enthoven veel kritiek op het leiderschap van de schout-bij-nacht en zijn gebrek aan offensieve geest. Volgens hen heeft de marinehistoricus Bosscher daarna een onjuist beeld van de gang van zaken geconstrueerd. Al tijdens de oorlog hekelden Amerikaanse en Britse marineofficieren de wijze waarop Doorman als commandant van het geallieerde eskader gefunctioneerd had. De twee historici onderbouwen hun artikel met bronnen die beweerden dat door de ontoereikende leiding van Doorman de Slag in de Javazee een echec werd. Dit beeld zou de marineleiding onwelgevallig zijn en daarom had historicus Bosscher volgens de twee critici de taak om een positiever beeld te schetsen.

,,De kritiek op Doormans handelen komt van Amerikaanse en Angelsaksische auteurs”, stelt voorzitter Jacques Brandt van de Karel Doormanstichting. ,,Geschiedschrijving kort na een gebeurtenis is nooit vrij van kleuring, zeker waar de schuldvraag van een niet succesvolle campagne bij een buitenlander kan worden gelegd”, meent de oud-vlagofficier. Hij krijgt bijval van maritiem historicus H. Warnar die in de Militaire Spectator reageert: ’De marine benutte het oorlogsprestige om meer budget en materieel te kunnen verwerven, aldus Boer en Enthoven in hun artikel’, schrijft Warnar. Flip Bosscher zou in zijn geschiedschrijving daar steunbewijs voor gegeven hebben.

Warnar: ’Gezien de krachtsverhouding stond Nederland in februari 1942 voor de keuze offensief door te vechten of een meer defensieve opstelling in te nemen, die op de langere termijn meer succes kon hebben. Bevelhebber Helfrich volhardde in zijn offensieve opstelling. Doorman, als uitvoerend commandant op zee, stond een meer voorzichtige koers voor, maar hij moest zich schikken naar Helfrich. Bosscher maakt in zijn betoog duidelijk onderscheid. In zijn opvattingen komt hij op voor Doorman, die naar de mening van Bosscher in een lastige, zo niet onmogelijke, positie verkeerde.’

Commandeur b.d. Kees Leebeek vindt dat de redactiecommissie het artikel niet zo in de Militaire Spectator had moeten plaatsen: ,,Het is een gezaghebbend blad dat voornamelijk over de Land- en Luchtmacht schrijft”, zegt Leebeek. ,,Ik neem het de auteurs kwalijk dat ze vergaande conclusies trekken op basis van secundaire bronnen. In mijn historische geschriften baseer ik me in de eerste plaats op primaire bronnen, zoals de verslagen die door staven zijn gemaakt direct na de zeeslag. Het verhaal komt nu op mij over als een ’historikerstreit’. Deze historici vinden het nodig om het beeld van Doorman af te breken. Natuurlijk kan er kritiek op hem geleverd worden, maar vergeet niet dat hij voor een onmogelijke opdracht geplaatst was. Doorman wist dat hij en zijn schepen de ondergang tegemoet gingen. Hij heeft gedaan wat hij kon met de beperkte middelen die hij had. Geen luchtsteun, een superieure vijand. Hij en 2000 mannen brachten tijdens de zeeslag het hoogste offer. Deze behandeling verdienen ze niet”, vindt Leebeek.

NHD (Premium), 31-05-2019, 11:37

Navigatie

[0] Berichtenindex

[#] Volgende pagina

Naar de volledige versie