Auteur Topic: Bijzonderheden betreffende de dood van generaal Spoor  (gelezen 5971 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

-Peter-

  • Webmaster
  • ERG FANATIEK
  • ********
  • Berichten: 4095
Bijzonderheden betreffende de dood van generaal Spoor
« Reactie #3 Gepost op: 19/12/2004 | 19:04 uur »
Een ingezonden stuk:

Volgens zeer betrouwbare informatie van de inlichtingendienst NEFIS
is generaal Spoor op vrijdagmiddag 20 mei 1949 in het restaurant van
de Jachtclub te Tandjong Priok vergiftigd.
Als gevolg van deze vergiftiging (de generaal leefde op één nier) werd
hij op maandag 23 mei 1949 om circa 9.00 uur getroffen door een ernstige hartstoornis en is op woensdag 25 mei 1949 om 12.15 uur op 47 jarige
leeftijd aan een hartstilstand overleden.

Ook diens adjudant, ritmeester R.M. Smulders, is die bewuste vrijdag
vergiftigd. Hij heeft vier dagen in coma gelegen en het ternauwernood
overleefd (de artsen hadden hem al opgegeven).

Aangezien de overige aanwezige gasten van de Jachtclub (die exact
hetzelfde gerecht hadden gegeten) achteraf niets bleken te mankeren,
werd een voedselvergiftiging uitgesloten.

Volgens een betrouwbare bron uit het hoofdkwartier in Batavia hebben
de militaire autoriteiten de vergiftiging destijds bewust verzwegen,
omdat ze bevreesd waren dat het toch al dalende moreel van de troepen
hierdoor nog verder zou worden aangetast. Bovendien heeft het hoofd
van de Militair Geneeskundige Dienst, generaal-majoor dr. L.H. Simons,
het niet nodig geacht om sectie op het lichaam van generaal Spoor te
verrichten, terwijl het hem bekend was dat diens adjudant Smulders nog
met vergiftigingsverschijnselen (en in coma!) in het hospitaal lag.
Ook zijn de laatste medische rapporten van generaal Spoor niet bewaard
gebleven.

Achtergrond en motief:

Er waren destijds zeer sterke aanwijzingen dat de opdrachtgever(s)
van deze vergiftiging gezocht moest(en) worden in kringen van het
KNIL, die betrokken waren bij diverse malversaties, waaronder een
grootschalige wapensmokkel aan de Indonesische nationalisten.

Generaal Spoor, die persoonlijk het onderzoek leidde, had medio mei
1949 (dus een paar dagen voor die fatale lunch op de Jachtclub)
genoeg harde bewijzen in handen om een aantal verdachte officieren
voor de krijgsraad te brengen.

In de maanden voor zijn dood waren reeds een aantal personen vergif-
tigd die teveel wisten en/of betrokken waren bij het onderzoek.
Onder hen de heren Groeneveld van de inlichtingendienst NEFIS en de
48 jarige Van den Berg, één van de meest ingelichte figuren die nog
vlak voor zijn dood de affaire met generaal Spoor had besproken.
Later is ook nog de auditeur-militair van de krijgsraad mr. W.J. Haye
vergiftigd, die op verzoek van generaal Spoor de zaak in behandeling
had genomen.

In een rapport d.d. 11 augustus 1949 (verklaring R. Nikerk) worden
5 Nederlandse KNIL-officieren en 3 burgers van de Leger Technische
Dienst met naam, rang en functie genoemd als opdrachtgevers voor de
vele liquidaties. Letterlijk staat er:
"Met deze groep valt niet te spotten. Zodra iemand zich tegen hun
corruptie verzet, legt hij het loodje."
Over één van deze officieren, de kapitein-KNIL R.J.L.R., heeft een
lid van de Centrale Justitiële Afdeling in Batavia nog aangetekend:
"Naast zijn huwelijk heeft hij een relatie met een Soendanese vrouw,
genaamd Doen, die bekend staat om haar grote kennis van Indische
vergiften".

Kapitein Westerling, die de liquidatie van de in Lembang geliquideerde inlichtingenofficier vaandrig Aernout (agent nr. 15) heeft onderzocht,
heeft in zijn rapport geschreven:
"Inderdaad heeft het door mij, destijds op verzoek van wijlen
generaal Spoor, ingesteld onderzoek uitgewezen dat door enkele,
hetzij afzonderlijk opererende kleine groepen officieren, onder-
officieren en in of buiten militaire inrichtingen werkzaam zijnde
burgers, ernstige misdrijven zijn gepleegd."
Westerling was er van overtuigd dat ook generaal Spoor in hun opdracht
was vergiftigd:
"Aangezien zij belang hadden bij zijn dood, omdat de generaal, waar
mogelijk, de wijdverbreide corruptie in het leger wilde aanpakken".
Volgens Westerling waren ook veel stafofficieren van mening dat generaal
Spoor was vergiftigd:
“De dramatische verwijdering van een der belangrijkste spelers van het
Indonesisch toneel, geschiedde zo abrupt en op een zo vreemde wijze,
dat vele stafofficieren van het KNIL de mening waren toegedaan, dat de
generaal vergiftigd was.”

Na de dood van generaal Spoor verdwijnt de hele affaire in de doofpot.
Een officier, die indertijd op het hoofdkwartier in Batavia het dossier
beheerde, heeft hierover geschreven:
“Het had voor de hand gelegen, dat generaal Buurman van Vreeden, de
nieuwe Legercommandant, de zaak had doorgezet. Buurman van Vreeden
heeft dat blijkbaar niet kunnen of willen doen.”

Jaap Houbolt, de zeer goed geïnformeerde hoofdredacteur van het
Bataviaasch Nieuwsblad, schreef op 30 juli 1949 in zijn krant:
"Wie nu meent dat de schuldigen, nadat de bewijzen verkregen waren,
terstond uit hun ambt ontslagen zouden zijn, vergist zich. Integen-
deel, sommigen kregen promotie."

In 1950 besloot Houbolt naar Nederland te gaan om daar zijn goed
gedocumenteerde dossier over de malversaties en liquidaties aan
de regering voor te leggen. Hij boekte passage op een vliegtuig,
maar een dag voor zijn vertrek overleed hij op 55 jarige leeftijd
in Pesing na te zijn vergiftigd. Het dossier was verdwenen.
 
Na zijn dood heeft de broer van Jaap Houbolt verklaard:
"Kort voor zijn voorgenomen vertrek naar Nederland is generaal M.
bij hem geweest, of heeft iemand gestuurd, om te trachten hem over
te halen een stuk te tekenen, waarbij hij zich verbond van enigerlei
actie af te zien. Dit heeft Jaap geweigerd."

De Kwartiermeester-Generaal M. wordt overigens ook in het rapport van
11 augustus 1949 genoemd als één van de bij de malversaties betrokken officieren. Op zijn bevel moest men eerder een kapitein van het KNIL
vrijlaten die op 12 mei 1948 te Semarang was gearresteerd wegens het
leveren van wapens en voertuigen aan de TNI (het Indonesische leger).
De kapitein zat toen gevangen in de KST-kazerne te Batoedjadjar en
werd daar nog ondervraagd door majoor J.W. Brouwer, het hoofd van de
Centrale Justitie van het Korps Militaire Politie.

Overigens was de betrokkenheid van generaal M. reeds in 1948 bij
generaal Spoor bekend. Dit blijkt onder meer uit een rapport d.d.
14 juli 1948 inzake de malversaties, waarin hij stelt:
"Ik ben van plan de vereischte zuiveringsmaatregelen geleidelijk uit
te voeren en te beginnen met de huidige Kwartiermeester-Generaal zoo
spoedig als onder de huidige omstandigheden mogelijk is, van zijn
functie te ontheffen."

Aangezien generaal Spoor iedere officier nog hard nodig had bij de
voorbereidingen voor de 2e Politionele Actie in december 1948 heeft
hij zijn maatregelen moeten uitstellen.
Nadat hij medio mei 1949 besloot daadwerkelijk tot actie over te gaan,
werd dit een paar dagen later zijn dood.

Alle bij de malversaties betrokken officieren zijn dus nooit vervolgd,
en bij terugkeer in Nederland gewoon doorgegaan met het intimideren
en bedreigen van degenen die teveel wisten.
Onder hen de in 1982 overleden hoofdambtenaar F.H. van der Putten, die
destijds in Nederlands-Indië generaal Spoor behulpzaam was geweest bij
het onderzoek naar de malversaties.

Zelfs in 1984 vonden de intimidaties nog steeds plaats.
Dit is onder meer gebleken tijdens de verfilming van de op deze affaire gebaseerde Nederlandse speelfilm 'De Schorpioen'.
Een week voor de première schreef de NRC op 8 september 1984:
"Meer dan 36 jaar later zijn er in Nederland nog tal van mensen die
wit worden om de neus en ernstig waarschuwen je er vooral niet mee
te bemoeien. Dan volgt er een rij namen van mensen die hun nieuws-
gierigheid met de dood hebben moeten bekopen of krachtig geïntimideerd
werden. De meeste recente intimidatie betreft Ben Verbong, regisseur
van De Schorpioen, in wiens werkkamer werd ingebroken, waarbij niets
van waarde werd meegenomen, maar wel duidelijk naar iets (het dossier?)
is gezocht."

Opmerkingen:

Bovenstaande informatie (met nog veel meer details!) is ook verwerkt in
een boek van de auteur (en goede vriend) Peter Schumacher dat binnenkort
wordt uitgegeven.

Ondergetekende heeft van 1948 tot en met 1956 in Indonesië gewoond.

Amstelveen
December 2004
« Laatst bewerkt op: 10/08/2010 | 11:16 uur door Ros »
Een land is niet sterk als zij oorlog kan voeren, zij is pas sterk wanneer zij oorlog kan voorkomen...

Hallo Gast! De reacties in topics zijn verborgen voor gasten. Je mist op dit moment 2 reacties. Registreer jezelf of login om de reacties te bekijken.