Duitse fregat ontwikkelingen

Gestart door Loup, 03/11/2005 | 21:32 uur

Huzaar1

#942
Citaat van: Flyguy op 12/07/2025 | 00:15 uurNiet helemaal. De schade voor de reputatie aan Damen is immens, zelfs de Belgen beginnen te twijfelen.

Als Damen dit overleeft gaan ze een zware tijd tegemoet, ongeacht of de Duitsers cancellen of niet. En dat heeft implicaties voor de KM.


Dit is van dezelfde kwaliteit onzin als kornet.
Er gaan bedrijven failliet door de wijze waarop Defensie NL haar behoeftestellingen vervult, dat is niet anders bij de Duitse.
Dit komt omdat bedrijven vaak niet de liquide middelen hebben te produceren zonder voorschot en Defensie, ook Duitsland, pas betaald bij prestatieverklaringen/leveringen. Ondertussen staat er geen overheid of bank garant en dan hebben we het hier over miljarden investeringen die moeten worden gedaan.

Dit is wat er continue gebeurt, en aan de basis ligt de vredestijd met daarin een totaal gebrek aan de ondersteuning van de wapensector. We zijn hier al een tijdje achter maar het veranderen van regels is lastig. Pas recent werken banken, en Defensie, mee. Dit contract is er een uit de tijd dat de wereld nog pais en vree was en Damen heel graag wilde scoren met deze deal.

Er is niets mis met de kwaliteit, ontwerp of het proces. En Belgen die twijfelen.niet de behoeftesteller in ieder geval. Wat de bakker of bemanning ervan vindt is niet zo relevant.
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Flyguy

Citaat van: Huzaar1 op 11/07/2025 | 19:25 uurAlsof jij de contractuele voorwaarden kent, lul toch niet zo uit je nek steeds.

Ja, als dit knakt is dat een blamage. Maar; er wordt enorm en enorm veel tegen gewerkt, zelfs in deze uitvoerende fase. Dat Damen de opdracht gekregen heeft is eigelijk heel raar maar had ook al te maken met politieke slangenkuilen en afstraffing in DLD. Het afbreken van de order zal daarom gezien worden in het juiste perspectief, en dat is niet omdat Damen haar afspraken niet kan nakomen omwille van kwaliteit of afspraken, eerder orde van grootte tegenover een gebrek aan, of beter gezegd tegenwerking, inzake het willen financieren van de wapenindustrie.

Wat de Nederlandse overheid gisteren heeft gedaan met de steun aan Damen is wat de Franse overheid iedere dag doet.

Het zal de Nederlandse marine aan hun reet roesten wat er met de Duitse deal gebeurt. Zullen zelfs blij zijn aangezien dat eigen boue bespoedigd, en daarna meer schepen bij Damen bestellen.

Niet helemaal. De schade voor de reputatie aan Damen is immens, zelfs de Belgen beginnen te twijfelen.

Als Damen dit overleeft gaan ze een zware tijd tegemoet, ongeacht of de Duitsers cancellen of niet. En dat heeft implicaties voor de KM.

Huzaar1

Citaat van: Kornet43 op 11/07/2025 | 17:11 uurAls het contract voor Damen Naval wordt ontbonden door de Duitse regering is dat een regelrechte margin call voor Damen Naval. Dat betekent dat er nog meer fondsen in Naval moeten worden gepompt of ze vallen om.

Alsof jij de contractuele voorwaarden kent, lul toch niet zo uit je nek steeds.

Ja, als dit knakt is dat een blamage. Maar; er wordt enorm en enorm veel tegen gewerkt, zelfs in deze uitvoerende fase. Dat Damen de opdracht gekregen heeft is eigelijk heel raar maar had ook al te maken met politieke slangenkuilen en afstraffing in DLD. Het afbreken van de order zal daarom gezien worden in het juiste perspectief, en dat is niet omdat Damen haar afspraken niet kan nakomen omwille van kwaliteit of afspraken, eerder orde van grootte tegenover een gebrek aan, of beter gezegd tegenwerking, inzake het willen financieren van de wapenindustrie.

Wat de Nederlandse overheid gisteren heeft gedaan met de steun aan Damen is wat de Franse overheid iedere dag doet.

Het zal de Nederlandse marine aan hun reet roesten wat er met de Duitse deal gebeurt. Zullen zelfs blij zijn aangezien dat eigen boue bespoedigd, en daarna meer schepen bij Damen bestellen.
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Kornet43

Citaat van: Ace1 op 11/07/2025 | 14:46 uurWat is je bron?
Als het contract voor Damen Naval wordt ontbonden door de Duitse regering is dat een regelrechte margin call voor Damen Naval. Dat betekent dat er nog meer fondsen in Naval moeten worden gepompt of ze vallen om.

Ace1

Citaat van: Harald op 11/07/2025 | 14:06 uurProblemen voor Damen, misschien beëindiging van het contract voor de bouw van de 6 stuks F126 fregatten !
Op regeringsniveau tussen Nederland en Duitsland wordt overlegd over Damen, de problemen en de bouw van de fregatten

(onderstaand artikel vertaald vanuit het Duits naar het Nederlands)

Levering van nieuwe fregatten vertraagd
Het eerste fregat zou oorspronkelijk in 2028 door een Nederlandse scheepswerf aan de marine worden geleverd. Door interne problemen bij de aannemer werd de levering echter uitgesteld.

De aanschaf van nieuwe fregatten voor de Duitse marine loopt vertraging op. Oorspronkelijk zou het eerste van zes geplande schepen, onder leiding van de Nederlandse scheepswerf , in 2028 aan de Bundeswehr worden overgedragen. Maar dat gaat blijkbaar niet gebeuren. "De aannemer, Damen Schelde Naval Shipbuilding BV, heeft een vertraagde levering van de schepen gemeld vanwege problemen met IT-interfaces in de eigen ontwerp- en productiesoftware van het bedrijf", aldus een woordvoerder van het Ministerie van Defensie.

De aanschaf van de zes fregatten van de Klasse 126 zal naar verwachting meer dan negen miljard euro kosten. De Duitse scheepswerven Blohm+Voss, de Duitse marinewerf en de Peene-Werft zijn betrokken bij het defensiecontract. De bouw van het eerste schip begon eind 2023 op de Peene-Werft-scheepswerf in Wolgast.

Zoals de Wirtschaftswoche meldde, kampt Damen Naval met aanzienlijke financiële problemen als gevolg van de vertraging. Het Nederlandse parlement heeft al een steunpakket voor het noodlijdende bedrijf goedgekeurd. De Nederlandse en Duitse regeringen staan ��ook voor een heronderhandeling over het contract, aldus het mediabericht. Anders dreigt het fregatproject "beëindigd" te worden.

Project om door te gaan
"Op dit moment gaan we ervan uit dat het project kan worden voortgezet, zij het met vertraging", aldus een woordvoerder van het ministerie tegen persbureau AFP. Het ministerie kon "op dit moment" geen informatie geven over een nieuwe opleverdatum of mogelijke kostenstijgingen.

"We staan ��in voortdurend contact met de civiele en overheidsinstanties om de best mogelijke ondersteuning te bieden bij het ontwikkelen van oplossingen", aldus een woordvoerder. Volgens Wirtschaftswoche heeft het Duitse Ministerie van Defensie de Bondsdag begin juli schriftelijk geïnformeerd over "aanzienlijke vertragingen" in het project.

De zes nieuwe gevechtsschepen zijn ontworpen om "driedimensionale zeeoorlogvoering" te kunnen uitvoeren tijdens wereldwijde operaties. Dit betekent dat ze doelen onder water, op het water en in de lucht kunnen aanvallen. De fregatten van de F126-klasse zijn 166 meter lang en zullen volgens de Bundeswehr in de toekomst "de grootste gevechtsschepen" van de marine zijn . Mogelijke missies zijn onder andere "maritieme surveillance, het handhaven van embargo's, het ondersteunen van speciale eenheden en evacuatieoperaties".

Wat is je bron?

Harald

#937
Problemen voor Damen, misschien beëindiging van het contract voor de bouw van de 6 stuks F126 fregatten !
Op regeringsniveau tussen Nederland en Duitsland wordt overlegd over Damen, de problemen en de bouw van de fregatten

(onderstaand artikel vertaald vanuit het Duits naar het Nederlands)

Bundesmarine: Lieferung neuer Fregatten verzögert sich | DIE ZEIT https://share.google/FdbdxaSgpCbLta9gq

Levering van nieuwe fregatten vertraagd
Het eerste fregat zou oorspronkelijk in 2028 door een Nederlandse scheepswerf aan de marine worden geleverd. Door interne problemen bij de aannemer werd de levering echter uitgesteld.

De aanschaf van nieuwe fregatten voor de Duitse marine loopt vertraging op. Oorspronkelijk zou het eerste van zes geplande schepen, onder leiding van de Nederlandse scheepswerf , in 2028 aan de Bundeswehr worden overgedragen. Maar dat gaat blijkbaar niet gebeuren. "De aannemer, Damen Schelde Naval Shipbuilding BV, heeft een vertraagde levering van de schepen gemeld vanwege problemen met IT-interfaces in de eigen ontwerp- en productiesoftware van het bedrijf", aldus een woordvoerder van het Ministerie van Defensie.

De aanschaf van de zes fregatten van de Klasse 126 zal naar verwachting meer dan negen miljard euro kosten. De Duitse scheepswerven Blohm+Voss, de Duitse marinewerf en de Peene-Werft zijn betrokken bij het defensiecontract. De bouw van het eerste schip begon eind 2023 op de Peene-Werft-scheepswerf in Wolgast.

Zoals de Wirtschaftswoche meldde, kampt Damen Naval met aanzienlijke financiële problemen als gevolg van de vertraging. Het Nederlandse parlement heeft al een steunpakket voor het noodlijdende bedrijf goedgekeurd. De Nederlandse en Duitse regeringen staan ��ook voor een heronderhandeling over het contract, aldus het mediabericht. Anders dreigt het fregatproject "beëindigd" te worden.

Project om door te gaan
"Op dit moment gaan we ervan uit dat het project kan worden voortgezet, zij het met vertraging", aldus een woordvoerder van het ministerie tegen persbureau AFP. Het ministerie kon "op dit moment" geen informatie geven over een nieuwe opleverdatum of mogelijke kostenstijgingen.

"We staan ��in voortdurend contact met de civiele en overheidsinstanties om de best mogelijke ondersteuning te bieden bij het ontwikkelen van oplossingen", aldus een woordvoerder. Volgens Wirtschaftswoche heeft het Duitse Ministerie van Defensie de Bondsdag begin juli schriftelijk geïnformeerd over "aanzienlijke vertragingen" in het project.

De zes nieuwe gevechtsschepen zijn ontworpen om "driedimensionale zeeoorlogvoering" te kunnen uitvoeren tijdens wereldwijde operaties. Dit betekent dat ze doelen onder water, op het water en in de lucht kunnen aanvallen. De fregatten van de F126-klasse zijn 166 meter lang en zullen volgens de Bundeswehr in de toekomst "de grootste gevechtsschepen" van de marine zijn . Mogelijke missies zijn onder andere "maritieme surveillance, het handhaven van embargo's, het ondersteunen van speciale eenheden en evacuatieoperaties".

Harald

https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/10/geen-schip-dan-ook-geen-geld-scheepsbouwer-damen-in-het-nauw-door-vertraging-duitse-fregatten-a4896404

Geen schip, dan ook geen geld: scheepsbouwer Damen in het nauw door vertraging Duitse fregatten

Scheepsbouw De bouw van zes F126-fregatten die Damen aan Duitsland moet leveren, loopt ernstige vertraging op, blijkt uit een beelden van een interne vergadering en gesprekken met betrokkenen. Dat brengt de scheepsbouwer in acute financiële problemen.

Helaas het artikel achter betaalmuur

Harald

https://marineschepen.nl/nieuws/Duitsland-wil-Amerikaanse-SPY-6-radar-voor-fregatten-050625.html

Duitsland wil Amerikaanse SPY-6 voor fregatten

De toekomstige Duitse F127 fregatten worden vermoedelijk uitgerust met de AN/SPY-6 radar van Raytheon in plaats van de eerder verwachte AN/SPY-7 radar van Lockheed Martin. De Amerikaanse en Duitse overheid doen een flinke investering. Onder de noemer van het Foreign Military Sales (FMS) programma, blijkt een keuze te zijn gemaakt voor de SPY-6, zo meldt de Duitse marinejournalist Hans Uwe Mergener in het blad ESuT.

De zes F127 fregatten moeten in de jaren '30 de Sachsenklasse (F124) gaan vervangen. In eerste instantie zouden Nederland en Duitsland samen optrekken wat betreft de productie van de F127 luchtverdedigingsfregatten, maar er ontstond een breuk omdat Duitsland per se voor het Amerikaanse AEGIS wilde gaan.

Harald

Strategische beslissing: aankondiging van contract voor Duitse deelname aan de Amerikaanse AN/SPY-6-radar
https://marineforum.online/strategische-weichenstellung-vertrags-bekanntgabe-zur-deutschen-beteiligung-am-us-amerikanischen-an-spy-6-radar/

(artikel vertaald vanuit het Duits naar het Nederlands)

Volgens een aankondiging van het Amerikaanse Ministerie van Defensie van 30 mei 2025 heeft Raytheon Missiles and Defense een eerste contract van $ 536,75 miljoen (N00024-25-C-5501) gekregen voor integratie- en productieondersteuningsdiensten voor de AN/SPY-6(V) multifunctionele breedbereikradar. De aankondiging vermeldt dat, indien alle opties worden uitgeoefend, de cumulatieve waarde van het contract meer dan $ 2,88 miljard zou kunnen bedragen.

Van bijzonder belang is dat dit contract expliciet aankopen voor de Amerikaanse overheid (71,4%) en de Duitse overheid (28,4%) combineert in het kader van het Foreign Military Sales (FMS)-programma. Dit duidt op een aanzienlijke Duitse investering in productieondersteuning voor dit radarsysteem. Het is daarom redelijk om te concluderen dat de Duitse marine in de toekomst met de AN/SPY-6 zal worden uitgerust.

Aan Duitse zijde keurde de Duitse Bondsdag in december 2024 € 44,5 miljoen goed voor voorbereidende studies naar de integratie van het Aegis-gevechtsmanagementsysteem in het voorkeursontwerp van de F127-fregatten, een stap die een voorkeur voor een Amerikaans systeem aangaf. De F127-klasse fregatten zullen vanaf midden jaren 30 de huidige F124-klasse luchtverdedigingsfregatten vervangen. Volgens de onlangs gepubliceerde "Course 2025"-doelen van de marine zijn er zes eenheden gepland.

Een modulaire S-bandradar
De AN/SPY-6 is de volgende generatie S-band radar van de Amerikaanse marine, ontwikkeld door Raytheon (nu RTX Corporation). Het is een Active Electronically Scanned Array (AESA) 3D-radarsysteem gebaseerd op een modulaire architectuur met zogenaamde Radar Modular Assemblies (RMA's). Elke RMA is een stand-alone radarantenne in een behuizing van 2x2x2 voet. De RMA's kunnen als "bouwstenen" worden gebruikt om antenne-arrays van verschillende groottes en mogelijkheden te vormen. Deze schaalbaarheid maakt implementatie op verschillende scheepsklassen mogelijk, van torpedobootjagers tot vliegdekschepen.

Technologisch gezien maakt de AN/SPY-6 gebruik van galliumnitride (GaN)-halfgeleiders in zijn zend-/ontvangstmodules, wat een hogere vermogensdichtheid mogelijk maakt. Vergeleken met oudere systemen zoals de AN/SPY-1D(V) is de AN/SPY-6 meer dan 30 keer gevoeliger en kan hij doelen detecteren die half zo groot zijn op een twee keer zo grote afstand. Hij kan meer dan 30 keer meer doelen tegelijk verwerken en ondersteunt geïntegreerde luchtverdediging (IAMD) tegen alle soorten lucht-, ruimte- en oppervlaktedoelen, evenals elektronische oorlogsvoering. Een eerste variant is sinds 2024 in gebruik op de USS Jack H. Lucas (DDG 125).

De nadruk op modulariteit in beide radarsystemen vertegenwoordigt een belangrijke strategische ontwerpbeslissing die verder gaat dan de initiële aanschafkosten. Het doel is om de levenscycluskosten te optimaliseren door upgrades, onderhoud en aanpassing aan toekomstige bedreigingen te vereenvoudigen zonder dat uitgebreide systeemrevisies nodig zijn. Dit draagt ��direct bij aan de betaalbaarheid en duurzaamheid op lange termijn, wat cruciaal is voor marines die te maken hebben met veranderende bedreigingsscenario's en budgetbeperkingen. Bovendien maakt modulariteit schaalbaarheid en aanpasbaarheid aan verschillende scheepsklassen en missievereisten mogelijk.

SPY-6, niet SPY-7
De deelname van Duitsland aan het Raytheon-contract voor de productieondersteuning van de AN/SPY-6 is een sterke indicatie van de interesse in dit systeem en de verdere integratie ervan in de Amerikaanse defensie-architectuur. Tegelijkertijd betekende dit een beslissing ten opzichte van Lockheed Martins concurrerende AN/SPY-7, eveneens een state-of-the-art AESA-radarsysteem, geoptimaliseerd voor IAMD en voorzien van een modulair ontwerp. Bij de keuze is niet alleen rekening gehouden met technische aspecten, maar ook met strategische overwegingen met betrekking tot interoperabiliteit en de bijdrage aan de versterking van de nationale industrie. De keuze voor de AN/SPY-6 brengt ook een groter tonnage voor de eenheid met zich mee ten opzichte van de AN/SPY-7.

Strategische noodzaak en strategische positionering

In ieder geval is het een duidelijk signaal dat de Duitse marine zich op het gebied van ruimtebewaking begeeft, iets wat bij de eerste poging met de F124-klasse helaas mislukte.

De onlangs aangekondigde goedkeuring onderstreept enerzijds de inzet voor interoperabiliteit met de VS, maar betekent anderzijds een afwijzing van een Europees project. In Europa heeft Noorwegen tot nu toe interesse getoond in de SPY-6, maar een beslissing over de aanschaf ervan is nog niet genomen. Wereldwijd heeft, naast Japan, ook Singapore interesse getoond in de AN/SPY-6. Spanje heeft gekozen voor de AN/SPY-7 voor zijn F110-fregatten, evenals Canada (River Class) en Japan.

In dit segment vertrouwt de Franse marine op radarontwikkelingen van Thales, terwijl de Marina Militare vertrouwt op Leonardo.

Belangrijkste varianten van de AN/SPY-6-familie ;
- AN/SPY-6(V)1 (AMDR): De grootste variant, met vier vaste antenne-arrays, elk met 37 RMA's, die een dekking van 360 graden bieden. Deze is ontworpen voor Arleigh Burke-klasse Flight III destroyers.
- AN/SPY-6(V)2 (EASR Rotating): Een enkele roterende antenne met 9 RMA's. Bedoeld voor amfibische aanvalsschepen van de San Antonio-klasse en de America-klasse, en voor montage op vliegdekschepen van de Nimitz-klasse.
- AN/SPY-6(V)3 (EASR Fixed): Drie vaste antenne-arrays, elk met 9 RMA's. Deze variant is ontworpen voor vliegdekschepen van de Gerald R. Ford-klasse en toekomstige fregatten van de Constellation-klasse.
- AN/SPY-6(V)4: Vier vaste antenne-arrays, elk met 24 RMA's. Deze variant is gepland voor montage op Arleigh Burke-klasse Flight IIA-destroyers.

Harald

https://marineschepen.nl/nieuws/Duitse-marine-stippelt-traject-uit-2035-drones-en-schepen-300525.html

Duitse marine stippelt traject uit richting 2035: veel drones, nieuwe schepen en weerbaarder dan ooit

Begin mei sprak vice-admiraal Jan Christian Kaack, commandant van de Duitse marine, enkele journalisten toe over de toekomst van de marine tegen 2035. Die werkt op twee trajecten, zo schrijft het gespecialiseerde medium Augen Gerad Aus: enerzijds zijn er de langetermijnsplannen om de vloot uit te breiden en te moderniseren, maar anderzijds wil men ook snel initiatieven nemen om de slagkracht te vergroten, tegen 2029. Centraal in dat plan staan drones.

Harald

Germany's F127 frigate programme: Important decisions ahead

Intended to replace and expand the capacity provided by the German Navy's existing F124 Sachsen class air defence frigates, the F127 frigate programme will deliver up to six new major surface combatants from the mid-2030s onwards. The project has been gathering momentum over recent months and important decisions on its future direction are imminent. This article looks at the progress that the programme has achieved to date and explores its importance for Germany's naval industry. 

Programme requirement

The German Navy's current air defence capabilities primarily reside in its F124 Sachsen class frigates. These ships were developed in collaboration with the Netherlands and Spain following the collapse of the NFR-90 NATO Frigate Replacement programme. They were completed with the Thales APAR multifunction and SMART-L surveillance radars also found in the contemporary Dutch LCF (De Zeven Provinciën) class. Three ships of the F124 type were ordered from the ARGE F124 consortium in June 1996, entering service between 2003 and 2006. An option for a fourth vessel was never exercised.

Current defence planning envisages the Sachsen class being decommissioned in the course of the 2030s. Given the long timeframes involved in warship design and construction, studies for their replacement have already been underway for several years. In contrast with previous naval programmes, development of the initial capability profile for these replacement vessels was led by the German Federal Ministry of Defence rather than the navy. This may have influenced the formulation of a much broader range of requirements than provided by the Sachsen class.
In addition to replacing the maritime and theatre air defence capacity offered by the existing air defence frigates, the F127 class are expected to make a broader contribution by providing a sea-based capability to defend against hypersonic and ballistic missile threats in the lower interception layer. This will, in turn, give them a significant role in, notably, homeland defence, as well as forming part of a NATO ballistic missile shield. This decision has had important consequences with respect to equipment selection. The F127s are also specifically intended to provide a long-range precision strike capability against hardened targets, as well as being able to contribute towards a broader range of maritime functions.

The current official requirement is for five F127 frigates to replace the three members of the F124 Sachsen class, presumably reflecting the more extensive range of missions that they are expected to perform. However, the German Navy's 'Vision 2035+' fleet structure plan envisages the eventual acquisition of six F127 frigates. This is in line with its consistent application of a 1:3 ratio under which each deployable vessel needs to be supplemented by two more to provide for maintenance and training.

Progress to date
The F127 project is currently in the final stage of what is known in Germany as the analysis phase, part 2. This process is being conducted by the Federal Office of Bundeswehr Equipment, Information Technology and In-Service Support (BAAINBw) with the support of the independent MTG Marinetechnik GmbH naval consultancy. It encompasses a range of system architecture, requirements and life cycle cost analyses, as well a market survey of suitable national ship designs. This process will lead to a selection decision, which is expected to be taken imminently. This in turn, should pave the way for the conclusion of negotiations with a preferred commercial partner prior to the receipt of parliamentary approval for contract signature. This is likely to be received in the course of 2026.

One important decision that has already been taken was the 2023 selection of Lockheed Martin's Aegis combat system to form a core element of the new frigates' combat management equipment. This reflects Germany's desire to use a proven system to provide the new class's broader range of air and missile defence capabilities, with Aegis being the natural choice in this regard. The use of Aegis also essentially determines the selection of US Navy Standard missiles and Mk 41 vertical launch systems (VLS) for the frigates' primary armament. Aegis will be linked to a broader combat management system in similar fashion to the use of the International Aegis Fire Control Loop (IAFCL) in conjunction with the Spanish Navy's SCOMBA combat management system in their F110 Bonifaz class frigates. The new Canadian 'River' class destroyers will also integrate the IAFCL with the Lockheed Martin Canada developed CMS-330 combat management system. There has been widespread media speculation that this combination may be used in the German ship.

In December 2024, the German parliament's Defence and Budget Committees approved funding of EUR 44.5 million for preparatory studies relating to the integration of Aegis within the preferred F127 class design. It has been reported that his work will be allocated to Lockheed Martin through the US Foreign Military Sales (FMS) process and that it will assist completion of contractual discussions with the preferred builder scheduled for later this year.

Industrial considerations

The selection of Aegis has had significant implications for the broader industrial strategy underpinning the F127 frigate programme. It was initially envisaged that the successful collaboration between Germany and Netherlands that produced the existing F124 Sachsen and LCF De Zeven Provinciën classes would be continued into their next generation of air defence warships. To this end, a letter of intent relating to the joint development of these new ships and their main systems was signed between the two countries in December 2020. However, Germany's subsequent choice of US technology for key elements of their ships' combat systems seems to have put paid to this cooperation. This is largely because Thales' Dutch operations have effectively been denied the opportunity to supply their equipment to the F127 programme.

It seems likely that this loosening of naval industrial ties between Germany and Netherlands will also extend to the programme's shipbuilding strategy. Germany's current, six-strong F126 class shipbuilding programme is being led by Dutch Damen in partnership with NVL. This involves an industrial framework under which much design and systems engineering work is taking place in the Netherlands but with actual construction being located in Germany.  However, it seems that realisation of the F127 frigates will return to being an all-German model following the announcement of a partnership between thyssenkrupp Marine Systems (tkMS) and NVL to bid for the programme in September 2024.

The cooperation agreement, signed at the SMM 2024 maritime trade fair, envisages tkMS being the lead shareholder in the new consortium and, thus, taking the primary role in the F127 design's development and production. Current thinking involves construction taking place at the recently-acquired tkMS shipyard at Wismar (previously MV Werften Wismar), as well as at the NVL facilities in Hamburg and Wolgast. The use of the Wismar shipyard for F127 construction will likely ease pressure on other German naval shipyards, which will be heavily utilised completing the current F126 Niedersachsen class well into the 2030s. Whether Germany's other major naval shipbuilder, German Naval Yards Kiel, will be assigned a role in the project is yet to be clarified.
The tkMS-NVL consortium's position as lead contractor for the F127 project will not become official until contracts are finalised. However, it is difficult to see a competitor for the role emerging given the likely inability of any other German shipbuilder able to implement such a complex programme. Nevertheless, the likely re-emergence of tkMS to lead the project is a remarkable turnaround from its much-criticised delivery of the F125 Baden-Württemberg class stabilisation frigates and subsequent exclusion from the final round of bids for the F126 Niedersachsen class. It remains to be seen whether it can put these past difficulties behind it in implementing the new project.

MEKO A-400 AMD design

The reality that tkMS has achieved pole position to secure the F127 contract makes it increasingly likely that its MEKO A-400 AMD (air and missile defence) concept will form the basis for the new frigate's design. Details of the concept first emerged in mid-2024 but should be regarded as only suggestive of the F127's likely configuration pending a formal announcement of the preferred bidder.

The information provided by tkMS suggests a vessel with a length of 160 metres and a full load ("deployed") displacement of approximately 10,000 tonnes. These figures are broadly similar to the key metrics of the F126 class frigates that are now under construction but significantly greater than the 143 metre length and 5,800 tonne displacement of the Sachsen class ships they will replace. A maximum speed of 32 knots and endurance of approximately 4,000 nautical miles is suggested, with a combined diesel electric or gas (CODLOG) system the default propulsion option. The MEKO A-400 AMD will be able to remain at sea in excess of 30 days without replenishment.

Graphic released by tkMS suggest an evolution of previous MEKO designs, including the 'twin citadel' forward and aft superstructure arrangement first introduced in the Baden-Württemberg class. This facilitates an element of redundancy in key equipment. Space has been found for a total of 64 vertical launch system (VLS) cells split equally forward and amidships; twice the number found in the Sachsen class but arguably still on the low side given both current trends and the hull's overall size. Up to two helicopters can be embarked and sustained, whilst there is provision for modular systems. Much equipment is already within the German Navy's current inventory. This in line with company claims that, "The use of proven concepts (for example, propulsion system, electrical power supply, on-board helicopter integration, accommodation standards, and well-known weapon system components) minimises construction risk". The design's primary arrays could be either Raytheon's AN/SPY-6 radar or Lockheed Martin's competing AN/SPY-7 system, with the final selection still being subject to German confirmation.

The international dimension
Whilst a formal German design selection is still awaited, tkMS is already promoting the MEKO A-400 AMD concept for the Norwegian Navy's requirement for new frigates. Norway's quadrennial Long-term Defence Plan for the period through to 2036, approved by the Norwegian parliament in June 2024, stated that a minimum of five frigates equipped with anti-submarine helicopters were needed to replace its remaining four Navantia-built Fridtjof Nansen class vessels. Subsequently, in November 2024, the country announced that France, Germany, the United Kingdom and the United States had been invited to discuss meeting the requirement as part of a strategic partnership. Given its established relationship with Norway through the joint Type 212CD submarine acquisition, tkMS presumably believes it is in a strong position to gain the lucrative contract.

In March 2025, during the Undersea Defence Technology (UDT) exhibition in Oslo, tkMS signed a letter of intent with Norwegian shipbuilder Ulstein Verft to collaborate on supplying the Norwegian frigates. Full details of the agreement – that pledges, "a significant portion of the value creation will take place in Norway" – have not been revealed. However, Ulstein will undertake outfitting of the ships at its shipyard in Ultseinvik if tkMS is awarded the contract.
Although tkMS' sales campaign has much in its favour, it will face stiff competition. Positively, in addition to Germany's existing links with the Norwegian defence sector through the Type 212CD programme, the offer of an Aegis-equipped vessel might also prove attractive given the Royal Norwegian Navy's previous preference for the system in the Fridtjof Nansen class. However, the Norwegian requirement seemingly emphasises a strong anti-submarine warfare (ASW) capacity, which is not one of the F127 class programme's primary design requirements. Norway also wants to achieve deliveries of the new ships at an early date. However, the F127 programme is at a much more immature stage in its development than its competitors. At the time of writing, the Norwegian government is scheduled to make a decision as to which country to partner before the end of 2025.

Important decisions ahead

With a total programme cost currently estimated at around EUR 15 billion, the F127 frigate programme represents the German Navy's most significant acquisition of recent years. From a purely operational perspective, it provides the navy with a very significant uplift in its overall capabilities, notably extending its role beyond the seas to form an important component of homeland air defence. However, the programme's significance is, perhaps, most notable in the industrial sphere. Here, the formation of the tkMS-NVL consortium to realise the programme will likely lead to the former's return to its former leadership in German naval construction and, potentially, even give rise to the long-debated consolidation of the German naval shipbuilding sector. With the Norwegian government's decision on which country to partner to realise its own frigate requirement in the months ahead, 2025 looks set to be a significant year for German naval shipbuilding.

https://euro-sd.com/2025/05/articles/44132/germanys-f127-frigate-programme-important-decisions-ahead/

Parera

Ik ben benieuwd of de Duitser (en/of Noren) ook hun onderzeeboten willen uitrusten met Tomahawks. In het artikel word enkel gesproken over Mk41 VLS gelanceerde varianten. Maar als ook de Duitsers kiezen voor dit wapen systeem dan kan dit voor Nederland ook interessanter worden.

Mogelijk zijn we dan al met een Europese groep van Spanje, Nederland, Polen, Duitsland & Noorwegen voor onderzeeboot gelanceerde Tomahawks. Met 5 landen is het een stuk goedkoper om de raketten te laten ombouwen tot TTL variant.

Harald

#930
Kurs Marine  (PDF bestand van de toekomstvisie van de Duitse Marine)
https://www.presseportal.de/download/document/68247d53270000fd2c6d931a-kursmarine.pdf

De gewijzigde veiligheidssituatie vraagt om een verhoogde operationele paraatheid van de Duitse marine. Tegen deze achtergrond werd de in 2023 opgestelde strategische koers "Course Marine 2035+" verder ontwikkeld en aangepast aan de huidige uitdagingen.

Tussen afschrikking en duurzaamheid: Kurs Marine 2025
https://esut.de/2025/05/meldungen/59723/zwischen-abschreckung-und-zukunftsfaehigkeit-kurs-marine-2025/

(artikel vertaald vanuit het Duits naar Nederlands)

Van droomvloot naar effectieve vloot: de nieuwe "Navy Course 2025" brengt het streefbeeld voor 2035+ terug naar de realiteit van het veiligheidsbeleid. Wat nu telt: afschrikking aan de noordflank, meer munitie – en drones als standaard aan boord, een duidelijke prioriteit voor operationele gereedheid in 2029 en technologische superioriteit in 2035. De "Navy 2025 Course" vervangt het eerdere streefbeeld niet alleen operationeel maar ook conceptueel. Hier analyseren we wat er specifiek verandert, waarom onbemande systemen en NAVO-verplichtingen centraal staan ��en hoe het doelbeeld geclassificeerd moet worden.

Met de "Cursus Marine 2025" vertaalt de Duitse Marine haar doelstellingen uit 2023 naar een uitvoeringsconcept dat aansluit bij de veranderende tijd. Het nieuwe document, dat op 14 mei in Berlijn werd gepresenteerd, stelt duidelijke prioriteiten: afschrikking aan de noordflank van de NAVO, snelle operationele gereedheid tegen 2029 en technologische transformatie tegen 2035. Tegelijkertijd wordt openlijk ingegaan op lacunes in munitie, personeel en onbemande systemen en worden concrete stappen voor verbetering geïdentificeerd.

Keerpunt in concrete zin – van streefbeeld naar koers
Het doelbeeld Navy 2035+, later omgedoopt tot "Course for the Navy from 2035", werd in 2023 bedacht als een langetermijnvisie voor een technologisch superieure marine. De cursus Marine 2025 gaat een stap verder: hierbij ligt de nadruk op haalbaarheid en tussendoelen. De tussendoelen moeten worden bereikt via een soort parallelle aanpak met gespreide effecten: klaar voor de strijd in 2029, in staat tot innovatie vanaf 2035. De nieuwe aanpak combineert planning en praktijk, strategie en toewijzing van middelen. En er is rekening gehouden met enkele kritiekpunten op de vorige versie.

Noordelijke flank geconfronteerd met wereldwijde aanwezigheid – Marine als expert in vliegdekschepen
Terwijl de vorige doelstelling de nadruk legde op wereldwijde betrokkenheid, stelt de koers voor 2025 de nationale en bondgenootschappelijke verdediging voorop. De noordelijke flank van de NAVO is nu het belangrijkste operatiegebied van de marine – van de GIUK Gap (Groenland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk) via de Noordzee tot aan de Finse Golf. Dit betekent ook dat missies naar het buitenland alleen plaatsvinden als de middelen beschikbaar zijn. Er wordt aandacht besteed aan de toename van hybride bedreigingen, zoals sabotage van onderzeese kabels of pijpleidingen, en er wordt gesuggereerd dat de marine een rol moet gaan vervullen als een nationale 'deskundige luchtvaartmaatschappij' voor de bescherming van maritieme activa, met verantwoordelijkheden voor de bescherming van kritieke infrastructuur. Het concept is duidelijk het gevolg van de intensivering van het veiligheidsbeleid vanwege de Russische dreiging.


In de Noord-Atlantische Oceaan vormen Russische onderzeeërs een uitdaging voor de NAVO. Ze vormen een gevaar voor de civiele en militaire scheepvaart.

Onbemande systemen worden een integraal onderdeel
Een van de meest opvallende ontwikkelingen in het Marine 2025-traject is de voortdurende ontwikkeling van onbemande capaciteiten. Future Combat Surface Systems (FCSS), Large Remote Multi-purpose Vessels (LRMV), Large Uncrewed Underwater Vehicles (LUUV) en VTOL-UAV (Vertical Take-Off and Landing Unmanned Aerial Vehicle) zijn niet langer een visie, maar een geplande realiteit. Het motto luidt: 'Elke eenheid een dronedrager'. Het doel is om met behulp van onbemande systemen – met beperkt personeel – de duurzaamheid, aanwezigheid en impact te vergroten.

Niet groter, wel slimmer: de nieuwe maritieme vaardigheden van Lego
Vergeleken met de doelstelling voor 2035 en later bevestigt de doelstelling voor 2025 de belangrijkste platformaantallen: 15 tot 16 fregatten, zes tot negen korvetten, negen tot twaalf onderzeeërs, acht maritieme patrouillevliegtuigen en 48 marinehelikopters. Nieuw zijn onder meer ruim 40 multifunctionele gevechtsboten ter ondersteuning van het Korps Mariniers en ruim 60 onbemande zee- en luchtsystemen. Deze cijfermatige helderheid laat zien dat de marine niet primair groeit door nieuwe, grote platforms, maar door flexibele, deels autonome handelingsmogelijkheden.


De Slagorde van de Duitse Marine toont de uitrustingsplanning tot 2035

Dit betekent dat de toekomstige vloot zal bestaan ��uit 98+ tot 105+ schepen, boten en onderzeeërs. Meer dan 40 hiervan zullen multifunctionele gevechtsboten zijn voor marine-infanterieoperaties en maritieme oorlogsvoering, waarvan sommige naar verwachting in 2029 beschikbaar zullen zijn. Tegen 2035 zal een deel hiervan ook deel uitmaken van de inventaris als onbemande voertuigen - naast de meer dan 60 oppervlakte- en onderwaterdrones.

Munitie en infrastructuur – de ruggengraat van de operationele capaciteit
In het vak 2025 zal voorrang worden gegeven aan een onderwerp dat tot nu toe weinig is onderzocht: munitie. Het is duidelijk dat een operationele vloot niet kan functioneren zonder voldoende voorraden aan munitie die doorslaggevend is voor de strijd. Tegelijkertijd worden logistieke eisen – zoals mobiele depots en beveiligde commando-infrastructuur – geïntegreerd in de structurele planning. Terwijl er in 2023 nog sprake was van het sluiten van marinebases, voorziet het nieuwe concept in een betere beveiliging van alle locaties en het vestigen van een vooruitgeschoven bevoorradingsbasis voor geallieerde partners. Hierdoor ligt de nadruk niet alleen op de strijd, maar ook op doorzettingsvermogen.

Realistisch maar ambitieus – een koers met culturele verandering
De cursus Marine 2025 is meer dan een strategiepaper. Het is een uiting van een nieuw realisme in het leiderschap van de marine. Het besef: modernisering gebeurt niet in één grote stap, maar in gecontroleerde fasen. Het document identificeert tekorten, prioriteiten en kansen. De richting is duidelijk: de transformatie naar een gevechtsklare, genetwerkte en hybride marine wordt ingezet – zonder illusies, maar met een duidelijke ambitie. Opvallend aan de opleiding Marine 2025 is de omgang met externe kritiek. Veel punten die voorheen werden bekritiseerd tussen de rivieren Warnow en Spree en de samenvloeiing van Moezel en Rijn, verschijnen nu als officieel geplande maatregelen – van de Warnow-scheepswerf tot munitie, van de focus op de noordflank tot de inzet van drones. Dit is geen vanzelfsprekendheid in het veiligheidsbeleid en getuigt van het zelfreflectievermogen van de marine.

Bewustzijn en eerlijkheid: De marine identificeert duidelijk haar knelpunten
Ondanks een strategisch duidelijke koers lijkt de marine te beseffen dat de weg naar operationele capaciteit in 2029 ambitieus is, maar op sommige cruciale gebieden ook kwetsbaar. De tijdsdruk is aanzienlijk: belangrijke projecten als U212CD en Sea Tiger starten later dan verwacht en het ministerie van Kustverdediging meldt een vertraging van drie jaar voor F126. Elke vertraging vergroot de potentiële vaardigheidskloof, en de tijdvensters om dit te compenseren zijn kort.

Tegelijkertijd zijn veel projecten technologisch zeer complex: van gedigitaliseerde fregatten tot zwermtactieken met drones tot de integratie van nieuwe onderzeeërs. De marine pakt dit aan – met meer specialisten bij de inkoopafdeling en initiatieven uit de sector, zoals digitale scheepswerfprocessen. Het risico op technische vertragingen blijft bestaan, vooral bij systemen die nieuw terrein betreden.

Een ander belangrijk punt is de staf. De koers van 2025 erkent: nieuwe technologie is slechts zo goed als de mensen die ermee werken. Maar gekwalificeerde specialisten – bijvoorbeeld voor de F126, Sea Tiger of FCSS – moeten nu al worden gerekruteerd en opgeleid om in 2029 beschikbaar te zijn. De marine investeert in onderwijs, aantrekkelijkheid en simulatietraining, maar demografische tegenwind blijft een uitdaging.

Nauw daarmee verbonden: de training en de oefeningen zelf. Moderne militaire uitrusting vereist intensieve training – met tijd, beschikbaarheid en munitie. De koers voor 2025 vraagt ��hierbij om een ��duidelijke prioriteit: realistische trainingen hebben voorrang boven routinematige uitzendingen naar het buitenland. De marine vertrouwt op nieuwe methoden zoals wargaming en OPEX, maar de balans tussen operationele inzet en trainingscapaciteit blijft een structurele test.


De belangrijkste doelen van de marine vanaf 2035: flexibele operationele logistiek, een dronevloot van alle afmetingen, maritieme aanvalscapaciteiten en een gevechtsklare vloot voor onderzeeër- en oppervlakteoorlogvoering

Conclusie: implementatie begint met prioritering
De opleiding Marine 2025 markeert een keerpunt. Niet als tegenvoorstel voor de doelstelling voor 2035+, maar als concrete invulling ervan. Het geeft antwoord op de vraag hoe een kleine marine met beperkte middelen haar missie op geloofwaardige wijze kan vervullen – door middel van prioritering, nieuwe technologieën, personeelsbehoud en realistische planning. De marine van 2025 wil niet alles tegelijk, maar eerst de noodzakelijke dingen. En hij verbloemt niets. Ze kent haar knelpunten en benoemt ze openlijk – met opmerkelijke helderheid. Dit is nu juist een sterk signaal: de cursus Marine 2025 is geen visie vanuit een ivoren toren, maar een poging om op een realistische basis operationeel te worden. Snel, doelgericht, met de moed om prioriteiten te stellen.


Een weergave van het nieuwe F127-fregat. Deze kapitale schepen leveren een belangrijke bijdrage aan de geïntegreerde luchtverdediging.

Parera

Duitse marine overweegt aanschaf Tomahawk-kruisraketten

Om de groeiende dreiging vanuit Rusland het hoofd te bieden, werkt de Duitse marine aan het vergroten van de gevechtskracht van haar bestaande vloot. Om dit doel te bereiken, moeten er op alle marineplatforms meer, sterkere en langer reikende effectoren worden ingezet, zo legde de inspecteur van de marine, viceadmiraal Jan Christian Kaack, vandaag uit aan journalisten tijdens de tweede Marinebesprekingen in Berlijn. "We onderzoeken momenteel de mogelijkheid om onze marine-eenheden uit te rusten met Tomahawks. En het ziet er helemaal niet slecht uit", aldus de inspecteur. Hij gaf geen verdere details.

De introductie van dit wapen zou een grote stap zijn. Afgezien van de Amerikaanse marine gebruiken tot nu toe alleen een paar zeestrijdkrachten van bondgenoten deze krachtige kruisraket. Het is echter de bedoeling dat deze in de toekomstige fregatten van de klasse 127 wordt ingebouwd. Volgens goed ingelichte bronnen zouden de raketten meegenomen kunnen worden op een fregat van de klasse 124 en fregatten van de klasse 123, op voorwaarde dat ze zijn uitgerust met het Vertical Launch System Mk 41 in de Strike-variant. Het systeem is groot genoeg om een ��raket ter grootte van een Tomahawk te herbergen.

Gelijktijdig met de persconferentie presenteerde de marine vandaag haar strategische koers, aangepast vanwege de actuele ontwikkelingen, genaamd "Course Marine". Er staat dat de marine zich beter wil voorbereiden op de 'binnenlandse staking', de maritieme staking. Dit is gericht tegen de militaire structuren van de vijand diep in het binnenland van het land, schrijven de auteurs.

Hij vervolgde: "In de Oostzee levert de marine met haar maritieme aanvalscapaciteiten een belangrijke bijdrage aan grensoverschrijdende operaties en ondersteunt ze de andere krijgsmachtdelen. Ze zal klaarstaan ��om vijandelijke wapenopstellingen op lange afstand (A2/AD-dreiging) op land uit te schakelen in geval van verdediging vanaf zee." Momenteel zijn met name de korvetten van de klasse 130 uitgerust met anti-scheepsraketten van het type RBS 15 voor operaties in de Oostzee, die ook ingezet kunnen worden voor aanvallen op landdoelen. Gezien zijn bereik is het echter onwaarschijnlijk dat het wapen over de echte diepe aanvalscapaciteiten beschikt die de Tomahawk biedt.

Om haar maritieme aanvalscapaciteiten uit te breiden, moet de marine "op korte termijn de aanvalscapaciteit van alle geschikte eenheden uitbreiden – met name onderzeeboten – zodat ze deze capaciteit heimelijk kan inzetten op plekken waar de vijand het niet verwacht." Het gaat hierbij onder meer om de integratie van modulaire, gecontaineriseerde wapensystemen op bestaande schepen en boten, zo staat in het document. In het strategiedocument wordt echter niet gespecificeerd met welke wapens de marine haar onderzeeërs en schepen wil uitrusten.

Volgens Kurs Marine is het van cruciaal belang om de hoeveelheid beschikbare munitie snel en aanzienlijk te vergroten. Op de lange termijn heeft de marine behoefte aan maritieme aanvalscapaciteiten die kunnen opereren vanaf oppervlaktestrijdkrachten op grote en extreme afstanden. Deze worden aangevuld met snelle, moeilijk te vinden, zelfs onbemande platforms boven en onder water. Dit maakt actie vanaf korte en middellange afstand mogelijk, waardoor de reactietijd van de vijand aanzienlijk wordt verkort. Dergelijke platforms moeten zo gestandaardiseerd mogelijk en in grote hoeveelheden beschikbaar zijn.

Kaack kondigde vandaag in Berlijn ook aan dat hij binnenkort zal beginnen met de aanschaf van het autonome onderwatervoertuig BlueWhale, dat vorig jaar "zeer, zeer succesvol" werd getest. Bovendien is er een voorinzet van munitie gepland. Er vinden goede gesprekken plaats met Noorwegen en Zweden. Volgens hem moeten de Duitse marineschepen volledig worden uitgerust met drones, volgens het motto: "Elke eenheid een dronedrager." Dit jaar zal het "Future Combat Surface System" (FCSS) het vlaggenschip project zijn, aldus de admiraal.

Een ander probleem voor de marine is de 'cross-functionele' invoering van bestaande Bundeswehr-systemen. Dit najaar zal een containerversie van het Iris-T SLM-luchtverdedigingssysteem worden onderworpen aan een live-vuurtest op een fregat van de klasse 125. Als dit succesvol is, wil Kaack kijken naar andere systemen die door het leger, de luchtmacht en de CIR worden gebruikt voor gebruik door de marine. Het doel is om de gevechtskracht van de vloot snel te vergroten. De marine schuwt onconventionele maatregelen niet. Zo worden de nieuwe zeesleepboten uitgerust met nieuwe communicatieapparatuur, mijnenrails en andere uitrusting en moet het onderzoeksschip Planet door de marine worden ingezet om maritieme infrastructuur te beveiligen.

https://www.hartpunkt.de/deutsche-marine-prueft-die-beschaffung-von-tomahawk-marschflugkoerpern/


Parera

Tussen afschrikking en duurzaamheid: Navy Course 2025

Van droomvloot naar effectieve vloot: de nieuwe "Navy Course 2025" brengt het streefbeeld voor 2035+ terug naar de realiteit van het veiligheidsbeleid. Wat nu telt: afschrikking aan de noordflank, meer munitie – en drones als standaard aan boord, een duidelijke prioriteit voor operationele gereedheid in 2029 en technologische superioriteit in 2035. De "Navy 2025 Course" vervangt het eerdere streefbeeld niet alleen operationeel maar ook conceptueel. Hier analyseren we wat er specifiek verandert, waarom onbemande systemen en NAVO-verplichtingen centraal staan ��en hoe het doelbeeld geclassificeerd moet worden.

Met de "Cursus Marine 2025" vertaalt de Duitse Marine haar doelstellingen uit 2023 naar een uitvoeringsconcept dat aansluit bij de veranderende tijd. Het nieuwe document, dat op 14 mei in Berlijn werd gepresenteerd, stelt duidelijke prioriteiten: afschrikking aan de noordflank van de NAVO, snelle operationele gereedheid tegen 2029 en technologische transformatie tegen 2035. Tegelijkertijd wordt openlijk ingegaan op lacunes in munitie, personeel en onbemande systemen en worden concrete stappen voor verbetering geïdentificeerd.

Keerpunt in concrete zin – van streefbeeld naar koers
Het doelbeeld Navy 2035+, later omgedoopt tot "Course for the Navy from 2035", werd in 2023 bedacht als een langetermijnvisie voor een technologisch superieure marine. De cursus Marine 2025 gaat een stap verder: hierbij ligt de nadruk op haalbaarheid en tussendoelen. De tussendoelen moeten worden bereikt via een soort parallelle aanpak met gespreide effecten: klaar voor de strijd in 2029, in staat tot innovatie vanaf 2035. De nieuwe aanpak combineert planning en praktijk, strategie en toewijzing van middelen. En er is rekening gehouden met enkele kritiekpunten op de vorige versie.

Noordelijke flank geconfronteerd met wereldwijde aanwezigheid – Marine als expert in vliegdekschepen
Terwijl de vorige doelstelling de nadruk legde op wereldwijde betrokkenheid, stelt de koers voor 2025 de nationale en bondgenootschappelijke verdediging voorop. De noordelijke flank van de NAVO is nu het belangrijkste operatiegebied van de marine – van de GIUK Gap (Groenland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk) via de Noordzee tot aan de Finse Golf. Dit betekent ook dat missies naar het buitenland alleen plaatsvinden als de middelen beschikbaar zijn. Er wordt aandacht besteed aan de toename van hybride bedreigingen, zoals sabotage van onderzeese kabels of pijpleidingen, en er wordt gesuggereerd dat de marine een rol moet gaan vervullen als een nationale 'deskundige luchtvaartmaatschappij' voor de bescherming van maritieme activa, met verantwoordelijkheden voor de bescherming van kritieke infrastructuur. Het concept is duidelijk het gevolg van de intensivering van het veiligheidsbeleid vanwege de Russische dreiging.


In de Noord-Atlantische Oceaan vormen Russische onderzeeërs een uitdaging voor de NAVO. Ze vormen een gevaar voor de civiele en militaire scheepvaart. (Afbeelding: Duitse Marine)


Onbemande systemen worden een integraal onderdeel
Een van de meest opvallende ontwikkelingen in het Marine 2025-traject is de voortdurende ontwikkeling van onbemande capaciteiten. Future Combat Surface Systems (FCSS), Large Remote Multi-purpose Vessels (LRMV), Large Uncrewed Underwater Vehicles (LUUV) en VTOL-UAV (Vertical Take-Off and Landing Unmanned Aerial Vehicle) zijn niet langer een visie, maar een geplande realiteit. Het motto luidt: 'Elke eenheid een dronedrager'. Het doel is om met behulp van onbemande systemen – met beperkt personeel – de duurzaamheid, aanwezigheid en impact te vergroten.

Niet groter, wel slimmer: de nieuwe maritieme vaardigheden van Lego
Vergeleken met de doelstelling voor 2035 en later bevestigt de doelstelling voor 2025 de belangrijkste platformaantallen: 15 tot 16 fregatten, zes tot negen korvetten, negen tot twaalf onderzeeërs, acht maritieme patrouillevliegtuigen en 48 marinehelikopters. Nieuw zijn onder meer ruim 40 multifunctionele gevechtsboten ter ondersteuning van het Korps Mariniers en ruim 60 onbemande zee- en luchtsystemen. Deze cijfermatige helderheid laat zien dat de marine niet primair groeit door nieuwe, grote platforms, maar door flexibele, deels autonome handelingsmogelijkheden.


De Slagorde van de Duitse Marine toont de uitrustingsplanning tot 2035 (Afbeelding: Bundeswehr)

Dit betekent dat de toekomstige vloot zal bestaan ��uit 98+ tot 105+ schepen, boten en onderzeeërs. Meer dan 40 hiervan zullen multifunctionele gevechtsboten zijn voor marine-infanterieoperaties en maritieme oorlogsvoering, waarvan sommige naar verwachting in 2029 beschikbaar zullen zijn. Tegen 2035 zal een deel hiervan ook deel uitmaken van de inventaris als onbemande voertuigen - naast de meer dan 60 oppervlakte- en onderwaterdrones.

Munitie en infrastructuur – de ruggengraat van de operationele capaciteit
In het vak 2025 zal voorrang worden gegeven aan een onderwerp dat tot nu toe weinig is onderzocht: munitie. Het is duidelijk dat een operationele vloot niet kan functioneren zonder voldoende voorraden aan munitie die doorslaggevend is voor de strijd. Tegelijkertijd worden logistieke eisen – zoals mobiele depots en beveiligde commando-infrastructuur – geïntegreerd in de structurele planning. Terwijl er in 2023 nog sprake was van het sluiten van marinebases, voorziet het nieuwe concept in een betere beveiliging van alle locaties en het vestigen van een vooruitgeschoven bevoorradingsbasis voor geallieerde partners. Hierdoor ligt de nadruk niet alleen op de strijd, maar ook op doorzettingsvermogen.


Een weergave van het nieuwe F127-fregat. Deze kapitale schepen leveren een belangrijke bijdrage aan de geïntegreerde luchtverdediging. (Afbeelding: Duitse Marine)

Realistisch maar ambitieus – een koers met culturele verandering
De cursus Marine 2025 is meer dan een strategiepaper. Het is een uiting van een nieuw realisme in het leiderschap van de marine. Het besef: modernisering gebeurt niet in één grote stap, maar in gecontroleerde fasen. Het document identificeert tekorten, prioriteiten en kansen. De richting is duidelijk: de transformatie naar een gevechtsklare, genetwerkte en hybride marine wordt ingezet – zonder illusies, maar met een duidelijke ambitie. Opvallend aan de opleiding Marine 2025 is de omgang met externe kritiek. Veel punten die voorheen werden bekritiseerd tussen de rivieren Warnow en Spree en de samenvloeiing van Moezel en Rijn, verschijnen nu als officieel geplande maatregelen – van de Warnow-scheepswerf tot munitie, van de focus op de noordflank tot de inzet van drones. Dit is geen vanzelfsprekendheid in het veiligheidsbeleid en getuigt van het zelfreflectievermogen van de marine.

Bewustzijn en eerlijkheid: De marine identificeert duidelijk haar knelpunten
Ondanks een strategisch duidelijke koers lijkt de marine te beseffen dat de weg naar operationele capaciteit in 2029 ambitieus is, maar op sommige cruciale gebieden ook kwetsbaar. De tijdsdruk is aanzienlijk: belangrijke projecten als U212CD en Sea Tiger starten later dan verwacht en het ministerie van Kustverdediging meldt een vertraging van drie jaar voor F126. Elke vertraging vergroot de potentiële vaardigheidskloof, en de tijdvensters om dit te compenseren zijn kort.

Tegelijkertijd zijn veel projecten technologisch zeer complex: van gedigitaliseerde fregatten tot zwermtactieken met drones tot de integratie van nieuwe onderzeeërs. De marine pakt dit aan – met meer specialisten bij de inkoopafdeling en initiatieven uit de sector, zoals digitale scheepswerfprocessen. Het risico op technische vertragingen blijft bestaan, vooral bij systemen die nieuw terrein betreden.

Een ander belangrijk punt is de staf. De koers van 2025 erkent: nieuwe technologie is slechts zo goed als de mensen die ermee werken. Maar gekwalificeerde specialisten – bijvoorbeeld voor de F126, Sea Tiger of FCSS – moeten nu al worden gerekruteerd en opgeleid om in 2029 beschikbaar te zijn. De marine investeert in onderwijs, aantrekkelijkheid en simulatietraining, maar demografische tegenwind blijft een uitdaging.

Nauw daarmee verbonden: de training en de oefeningen zelf. Moderne militaire uitrusting vereist intensieve training – met tijd, beschikbaarheid en munitie. De koers voor 2025 vraagt ��hierbij om een ��duidelijke prioriteit: realistische trainingen hebben voorrang boven routinematige uitzendingen naar het buitenland. De marine vertrouwt op nieuwe methoden zoals wargaming en OPEX, maar de balans tussen operationele inzet en trainingscapaciteit blijft een structurele test.


De belangrijkste doelen van de marine vanaf 2035: flexibele operationele logistiek, een dronevloot van alle afmetingen, maritieme aanvalscapaciteiten en een gevechtsklare vloot voor onderzeeër- en oppervlakteoorlogvoering (Afbeelding: Bundeswehr)

Conclusie: implementatie begint met prioritering
De opleiding Marine 2025 markeert een keerpunt. Niet als tegenvoorstel voor de doelstelling voor 2035+, maar als concrete invulling ervan. Het geeft antwoord op de vraag hoe een kleine marine met beperkte middelen haar missie op geloofwaardige wijze kan vervullen – door middel van prioritering, nieuwe technologieën, personeelsbehoud en realistische planning. De marine van 2025 wil niet alles tegelijk, maar eerst de noodzakelijke dingen. En hij verbloemt niets. Ze kent haar knelpunten en benoemt ze openlijk – met opmerkelijke helderheid. Dit is nu juist een sterk signaal: de cursus Marine 2025 is geen visie vanuit een ivoren toren, maar een poging om op een realistische basis operationeel te worden. Snel, doelgericht, met de moed om prioriteiten te stellen.

https://esut.de/2025/05/meldungen/59723/zwischen-abschreckung-und-zukunftsfaehigkeit-kurs-marine-2025/