Duitse fregat ontwikkelingen

Gestart door Loup, 03/11/2005 | 21:32 uur

Kornet43

Citaat van: Huzaar1 op 19/07/2025 | 01:37 uurNet zoals de NOS zeker.
Ja, met dat verschil dat de NOS geen zender is maar een staatsomroep met nog enige journalistieke onafhankelijkheid. De NDR is een verplichte staatszender net zoals ARD en ZDF.

Huzaar1

Citaat van: Kornet43 op 19/07/2025 | 01:37 uurNDR is de Duitse staatstelevisie, brengen alleen nieuws dat in het belang is van de Duitse staat.

Net zoals de NOS zeker.
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Kornet43

Citaat van: Huzaar1 op 18/07/2025 | 22:41 uurEn deze heisa is allemaal om een persbericht in ene Nord Deutsche Rundfunk?
NDR is de Duitse staatstelevisie, brengen alleen nieuws dat in het belang is van de Duitse staat.

Huzaar1

Veel belangen. We wachten het af.
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Harald

#968
Citaat van: Huzaar1 op 18/07/2025 | 22:41 uurEn deze heisa is allemaal om een persbericht in ene Nord Deutsche Rundfunk?

Tja ... het wordt wel groots aan-/opgepakt  door de Duitse media op een negatief beeld  nog negatiever te belichten en Damen in diskrediet te brengen te gunste van de Duitse industrie.
Dat is naar mijn weten de achterliggende gedachte. Niet kunnen verkroppen dat die deal toen naar het Buitenland cq aan Damen gegund is.

En .... aan de andere kant .. waar rook is is vuur. Damen heeft problemen, de vraag is hoe snel ze due onder controle kunnen krijgen en het bouwprogramma aan de fans kunnen krijgen.

Harald

De volgende heeft het ook al opgepakt

F 126 – mogelijke beëindiging – opties en gevolgen https://share.google/5ORZcYO6IUg1slj8t

Analyse van het F126-fregatproject: oorzaken van vertraging, kostenrisico's, alternatieven zoals MEKO A200 en F127, kansen voor onbemande systemen

Navigeren door de veranderende tijden

Het grootste marinebouwproject in Duitsland sinds 1945, het F126-fregat, wordt geplaagd door aanzienlijke vertragingen en kostenstijgingen. De oplevering van het eerste fregat, oorspronkelijk gepland voor 2028, zal naar verwachting worden uitgesteld tot ten minste 2031. Het kritieke capaciteitstekort in een tijd van verhoogde geopolitieke spanningen heeft geleid tot een debat over een mogelijke annulering van het miljardenproject en een verkenning van mogelijke opties. Gezien de vermeende dreiging van Rusland is tijd van cruciaal belang. Een herbeoordeling kan niet anders dan gedurfde alternatieven overwegen, waaronder de rol van maritieme onbemande systemen.

De F126-saga – een gedenkteken voor de aanbesteding
Het F126-fregat, ook bekend als de Niedersachsen-klasse, is bedoeld om de verouderde fregatten van de Brandenburg-klasse (F123) te vervangen en te dienen als multifunctioneel gevechtsschip voor wereldwijde operaties. Het oorspronkelijke contract voor vier schepen, ter waarde van € 5,5 miljard, werd in juni 2020 gegund aan de Nederlandse Damen Shipyards Group. Met de gunning van het contract beloofde Damen een groot deel van de toegevoegde waarde in Duitsland te genereren. De bouw zou dan ook worden uitgevoerd door Blohm&Voss, onderdeel van de Naval Vessels Lürssen (NVL) Group.

Met de optie voor twee extra schepen in juni 2024 steeg de totale orderwaarde naar ongeveer 9,8 miljard euro.

De belangrijkste reden voor de onevenwichtigheid van het project zouden de enorme problemen met de IT-interfaces en de overdracht van ontwerpplannen tussen Damen Naval en de Duitse onderaannemers zijn. Althans volgens de officiële terminologie. Het beheersen van de Franse Dassault-software, essentieel voor de ontwerptekeningen, leidt tot problemen en uitgebreide aanpassingen door de aannemer zelf en op de Duitse scheepswerven. Dit heeft geleid tot een stilstand in de "Detailed Design"-fase, waardoor de oplevering van de eerste eenheid met minstens twee jaar is vertraagd. Insiders schatten dit nu op vier jaar. Leden van de Duitse Bondsdag beschouwen het project nu als een mislukking en pleiten voor annulering ervan en een nationale oplossing om de marine slagvaardig te houden.

De financiële gevolgen zijn ernstig. Uit documenten van de Duitse Bondsdag blijkt dat er al € 1,829 miljard aan kasstroom is gedocumenteerd in verband met het F126-project – een bedrag dat de daadwerkelijke uitgaven voor 2020, 2021 en 2024 omvat, evenals de beoogde budgetten voor 2022 en 2023. Deze middelen omvatten waarschijnlijk voorschotten voor planning, infrastructuur of technologieoverdracht. De discrepantie tussen de openbare presentatie en de gedocumenteerde budgetramingen roept vragen op over de transparantie.

Voor Damen Naval zelf heeft de vertraging verstrekkende gevolgen. Het bedrijf verkeert naar verluidt in "acute financiële nood" omdat de tussentijdse betalingen van de klant, die gekoppeld zijn aan deadlines en het behalen van mijlpalen, zijn opgeschort. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het F126-project, maar ook voor andere grote Damen-contracten, zoals de anti-onderzeebootfregatten voor Nederland en België. Het annuleren van het F126-project zou niet alleen aanzienlijke financiële verliezen van miljarden euro's betekenen, maar ook ernstige reputatieschade voor Damen Naval en mogelijk verstrekkende gevolgen voor de Europese defensie-industrie.

Zijn de signalen al vroeg herkenbaar?
Waren er aanwijzingen voor de complexiteit van het project? Het 19e Armaments Report (deadline voor de redactie: april 2024, publicatie in juli 2024) signaleerde technische vertragingen in de IT-interfaces tussen Damen en de onderaannemers, die destijds gecompenseerd zouden kunnen worden met de bestaande tijdsbuffers. Deze inschatting bleek echter te optimistisch. Achteraf gezien had de terughoudendheid van de industrie om te adverteren in vakbladen zoals het Defense Technical Report F126, gepubliceerd in september 2024, geïnterpreteerd kunnen worden als een vroeg waarschuwingssignaal van scepsis of een gebrek aan vertrouwen in de vlotte uitvoering van het project.

In reactie op een vraag over de vertragingen en de financiële prestaties bevestigde een woordvoerster van het Bundesamt für die Bundeswehr-Apparatuur, Informatica und überdienstung (BAAINBw) alleen dat de aannemer een vertraging in de oplevering van het eerste schip had gemeld. Ze legde uit dat de aannemer met zijn onderaannemers werkte aan een herzien algemeen projectplan. Het BAAINBw neemt vertragingen zeer serieus, maar benadrukte ook de hoge technische en organisatorische complexiteit van dergelijke grootschalige projecten. Als reactie hierop waren de interne sturings- en controlemechanismen aangepast, was het projectmanagement versterkt en was nauwere coördinatie met de industrie beloofd. Deze verklaring, hoewel officieel, ging niet in op de specifieke vragen over gemiste betalingen aan Duitse leveranciers of de solvabiliteit van Damen, wat het aanhoudende gebrek aan transparantie in dit project onderstreept.

Een projectannulering zou juridische en politieke uitdagingen met zich meebrengen. Afhankelijk van het contract zou een deel van de fondsen kunnen worden teruggevorderd, vooral als Damen zijn contractuele verplichtingen niet nakomt. Relevante voorbeelden uit de defensie-industrie laten zien dat het terugvorderen van fondsen kan leiden tot langdurige internationale juridische geschillen. Aan de andere kant zouden ontwerpplannen, onvoltooide rompdelen of uitrusting, indien passend en technisch haalbaar, kunnen worden overgedragen naar andere programma's (zoals een aangepaste F126/MEKO-upgrade). De productie van twee achterste delen is begonnen en gedeeltelijk voltooid in Wolgast.

.../...

Artikel verder lezen via link

Huzaar1

En deze heisa is allemaal om een persbericht in ene Nord Deutsche Rundfunk?
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Harald

Alternatieven voor F126 https://share.google/iJPs1DSm2OGQKLEdt

(Artikel vertaald vanuit het Duits naar het Nederlands)

Gezien de enorme vertragingen in de bouw van de fregatten van de klasse 126, die volgens Kamerlid Bastian Ernst (CDU) inmiddels 48 maanden bedragen, groeit de kritiek op het project. De mogelijkheid bestaat nu dat het project volledig wordt stopgezet en dat in plaats daarvan een alternatieve fregattenklasse wordt overwogen. Dit artikel zal de haalbaarheid van mogelijke opties nader onderzoeken en evalueren.

1. Damen Naval
Zoals diverse media onlangs meldden, is de bouw van de fregatten van de Niedersachsen-klasse vertraagd door softwareproblemen. De daaruit voortvloeiende vertraging en het daarmee gepaard gaande gebrek aan verdere betalingen vanuit Duitsland hebben ertoe geleid dat Damen Schelde Naval Shipbuilding (DSNS) in financiële moeilijkheden verkeert. Het Nederlandse parlement moest op korte termijn bijeenkomen om € 270 miljoen vrij te maken om een faillissement af te wenden. Ondanks dit alles is de toekomst van DSNS verre van zeker. Zo suggereren geruchten dat de Belgische marine overweegt de drie geplande ASWF's (Anti-Submarine Warfare Frigates) te vervangen door drie Franse FDI's (Frégate de Défense et d'Intervention), aangezien ook de ASWF's voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld. Bovendien wordt DSNS in Nederland geconfronteerd met juridische procedures wegens sanctieontwijking. Gezien de twijfelachtige toekomst van DSNS en de oncontroleerbare vertragingen in de bouw van de Niedersachsen-klasse, zou annulering van het project waarschijnlijk de beste optie zijn.

2. Alternatieven uit het buitenland
- Antonio Marceglia (F 597)
Bonifaz-klasse, Spanje:
Spanje koopt momenteel vijf ASW-fregatten (Anti-Submarine Warfare) van Navantia. Vanwege diverse problemen met eerdere export naar Noorwegen en Australië zou een Duitse aanschaf van de Bonifaz-klasse riskant zijn. Bovendien zou parallelle inzet van verschillende SPY-radars en het op verschillende manieren aangepaste AEGIS (Command and Weapons Engagement System) nauwelijks zinvol zijn.
- T-26/City-klasse, Verenigd Koninkrijk:
Het Verenigd Koninkrijk koopt momenteel acht ASW-fregatten in bij BAE Systems. De productiecapaciteit van BAE laat de productie van Duitse fregatten in het Verenigd Koninkrijk niet toe. Vertragingen en kostenstijgingen voor de fregatten van de Hunter-klasse (Australië) en de torpedobootjagers van de River-klasse (Canada) – beide afgeleiden van de T-26 – maken een Duitse T-26-versie twijfelachtig.
- FDI, Frankrijk:
De FDI van de Franse marinegroep is geen speciaal ASW-fregat. Bovendien zijn de systemen die daar worden gebruikt (Sylver, Aster, enz.) nog niet geïntroduceerd bij de Bundeswehr en zouden ze aanzienlijke logistieke uitdagingen voor de Bundeswehr vormen.
- FREMM Evo, Italië:
Italië koopt momenteel twee FREMM Evo ASW-fregatten van Fincantieri. Hoewel de FREMM Evo zeker een zeer capabel ASW-fregat is en Fincantieri over het algemeen een betrouwbare scheepsbouwer is, zijn de systemen die op de FREMM Evo worden gebruikt nog niet in de Duitse strijdkrachten geïntroduceerd. De geschiktheid van de FREMM Evo voor de Duitse marine is daarom twijfelachtig.

Er is momenteel geen ASW-fregat in productie dat in de nabije toekomst geleverd kan worden en compatibel is met het ecosysteem van de Duitse marine. Daarom zal een alternatief voor de F126 vanaf nul ontwikkeld moeten worden. Aangezien de Duitse marinescheepsbouw als een belangrijke nationale technologie wordt beschouwd, is het waarschijnlijk dat de keuze op een Duitse marinescheepsbouwer zal vallen. Momenteel komen alleen de MEKO's van TKMS (Thyssenkrupp Marine Systems) in aanmerking.

3. De MEKO's

3.1 De MEKO A-200
De MEKO A-200 is het enige ontwerp dat TKMS in het verleden meerdere keren succesvol heeft geëxporteerd. Zo werd de eerste MEKO A-200EN al 38 maanden na ondertekening van het contract aan de Egyptische marine geleverd. TKMS is momenteel finalist in de Australische aanbesteding voor maximaal elf Tier 2 Combatants in het kader van het SEA3000-project. TKMS biedt hier onder andere de MEKO-A200RAN (Royal Australian Navy) aan, die is uitgerust met de 9LV FüWES en SeaGiraffe 4A multifunctionele radar van Saab, de ACTAS Mod 2 TAS (Towed Array Sonar) en ASO 713 HMS (Hull Mounted Sonar) van Atlas Elektronik, 16 MK41 Tactical Length VLS-cellen (Vertical Launch System) voor 64 ESSM Block 2, 16 NSM, een 76/62 STRALES-kanon van Leonardo en een Typhoon Mk 30-c scheepslichtkanon van Rafael.

Deze aanpassing vertegenwoordigt waarschijnlijk de maximale gevechtskracht die met de A-200 kan worden bereikt en zou tijdig beschikbaar zijn. Bovendien zou een Duitse aanschaf mogelijk gecombineerd kunnen worden met een Australische aanschaf, waardoor een zekere schaalvoordeel wordt behaald. Desalniettemin is de A-200 een multifunctioneel fregat dat nog niet door de Duitse marine is aangeschaft. De fregatten van de Brandenburg- en Sachsenklasse kunnen hooguit als losjes verwant aan de A-200 worden omschreven. De A-200 is voor de Duitse marine alleen een overweging als snelheid als doorslaggevend evaluatiecriterium wordt gehanteerd.

3.2 De MEKO A-210
Met de MEKO A-210 probeert TKMS de RAN een krachtiger schip te bieden dan de A-200. De A-210 is groter, krachtiger bewapend en is vooraf ontworpen om te passen in het logistieke ecosysteem van de RAN. Het zal dan ook gebruikmaken van de Australische CEAFAR 2-radarsuite, bestaande uit L-, S- en X-bandradars. Bovendien zal het Leonardo 76/62 STRALES-kanon worden vervangen door het BAE 127/62 MK45 Mod 4. Bovendien zal de A-210 in de toekomst kunnen worden uitgerust met een SeaSpider ATT-systeem (antitorpedosysteem) en een hoogenergetische laser. Indien nodig kunnen de twee 11 meter lange RHIB's (rigid-hulled inflatable boats) worden vervangen door twee USV's (unmanned surface ships), een mijnenlegsysteem voor maximaal 40 bodemmijnen en eventueel SkyKnight cUAS/cRAM (counter unmanned aerial system/counter rocket artillery mortar) geleide raketten worden geïnstalleerd.

Dit maakt de A-210 tot een fundamenteel zwaar bewapende eenheid die voor de Duitse marine kan worden aangeschaft. Mocht Australië kiezen voor Duitse fregatten als onderdeel van SEA3000, dan zou er opnieuw schaalvoordeel kunnen worden behaald. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat de MEKO A-210 beperkte groeimogelijkheden biedt en dat de CEAFAR 2 waarschijnlijk niet op het verlanglijstje van de Duitse marine staat. Bovendien is het ontwerp nog niet voltooid en gebouwd, wat betekent dat er een zeker – zij het vermoedelijk beheersbaar – risico aan de implementatie ervan verbonden is.

3.3 De MEKO A-300
De MEKO A-300 is ontstaan uit een Griekse aanbesteding waaraan TKMS tevergeefs deelnam en werd aan Polen aangeboden als onderdeel van het Miecznik-programma. Hoewel de A-300 indruk maakt met zijn extreem krachtige bewapening, staan verschillende factoren de overname door de Duitse marine in de weg. Zo is de A-300 ontworpen met een CODAD-voortstuwingssysteem (Combined Diesel and Diesel). Vanwege het lawaai van de dieselmotoren bij hogere snelheden worden CODAD-voortstuwingssystemen echter als lawaaierig beschouwd en daardoor minder geschikt voor ASW. Een overstap naar CODAG (Combined Diesel and Gas) – de installatie van een gasturbine – zou echter leiden tot een complexe herinrichting van het uitlaatsysteem en zou ruimte op het dek vereisen voor een schoorsteen of uitlaatkanaal, die dan niet meer voor andere doeleinden gebruikt zou kunnen worden. Bovendien is het ExSL (Extensible Launching System) alleen ontworpen voor koudgelanceerde raketten, die bijvoorbeeld met perslucht uit de VLS worden gelanceerd en hun motoren pas na het verlaten van de VLS ontsteken. Aangezien noch de Iris-T SL (Surface Launch) noch de ESSM koudgelanceerd zijn, is het ExLS niet geschikt voor de Duitse marine. Tot slot gebruikte de Poolse aanbesteding de multifunctionele ELM-2248-radar, die waarschijnlijk niet geschikt is voor de Duitse marine.

Hoewel de A-300, als zwaar bewapende en kleinere eenheid, fundamenteel een drijfveer belichaamt die naar mijn mening overwogen moet worden als de F-126 uit productie wordt genomen, is hij ongeschikt als ASW-fregat. De benodigde aanpassingen zouden uiteindelijk zo ingrijpend zijn dat standaardaanschaf onpraktisch lijkt.

4. De MKS180 van GNYK
Omdat GNYK (Duitse Marinewerf Kiel) en TKMS ook als inschrijvers deelnamen aan de aanbesteding van de MKS180 (multi-role combat ship), is hun bod in principe beschikbaar. Los van het feit dat het ontwerp nog lang niet bouwrijp is, blijven er nog andere problemen bestaan. Zo is de MKS180 niet ontwikkeld volgens de DMS (Duitse Marinestandaard), maar volgens de oude bouwvoorschriften. Ook kan worden aangenomen dat de huidige eisen zijn verschoven van intensief gebruik en stabilisatie naar ASW en krachtigere bewapening. Daardoor zou men praktisch helemaal opnieuw moeten beginnen. Dit wordt ook bevestigd door een woordvoerder van GNYK, die het oorspronkelijke ontwerp van de MKS180 omschreef als "vandaag de dag om diverse redenen niet meer direct uitvoerbaar".

5. Een nieuwe F126
Bij de overstap naar een Duits alternatief rijzen uiteindelijk drie vragen: Welk ontwerp? Wie bouwt de schepen? Hoe zien de schepen er in detail uit?

5.1 Welk ontwerp?
Omdat de import van oorlogsschepen, of liever gezegd de import van een ontwerp, vanwege diverse politieke belangen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht, wordt deze optie uitgesloten. Mocht er echter een internationale partner gezocht moeten worden, dan is de FREMM Evo waarschijnlijk de beste optie. De oplossing zal echter waarschijnlijk puur binnenlands zijn. In dat geval zijn alleen ontwerpen op basis van MEKO beschikbaar.

Omdat de ontwikkeling van een nieuw ASW-fregat gebaseerd op de A-400 of een nieuwe MKS180 te lang zou duren, is ook deze optie uitgesloten. Aangezien de A-300 in zijn huidige configuratie niet bijzonder geschikt is voor ASW en aanpassing ervan neer zou komen op de ontwikkeling van een nieuw fregat, is ook deze optie onwaarschijnlijk.

Er blijven slechts twee opties over:
de marine zou enerzijds een klein aantal van minimaal drie tot maximaal zes MEKO A-200RAN's kunnen aanschaffen, waardoor de beschikbaarheid van zeeschepen zo snel mogelijk toeneemt. Dit zou een kans bieden om een speciaal ASW-fregat te ontwerpen, bouwen en in gebruik te nemen. De A-200RAN's zouden vervolgens verkocht kunnen worden aan een Europese of internationale partner.

Als alternatief zou de marine kunnen besluiten zich te richten op de aanzienlijk krachtigere A-210. Deze zou qua omvang en prestaties vergelijkbaar zijn met de fregatten van de Class 123B. Een optie zou nu bijvoorbeeld kunnen zijn om twaalf A-210's in een Duitse configuratie aan te schaffen, waarmee de fregatten van de Class 123, de fregatten van de Class 125 en, op de lange termijn, de korvetten van de Class 130 worden vervangen. In dit geval zou de Duitse marine beschikken over een grote klasse werkpaarden die qua personeel en financiën beheersbaar zijn, maar toch tot een aanzienlijke prestatieverbetering zouden leiden. De A-210's zouden vervolgens worden aangevuld met acht (vanwege de rotatiefactor zouden negen meer voor de hand liggend zijn) fregatten van de klasse 127.

Een grote order voor de A-210 zou een kans bieden om de overgang van klasse naar lijn te maken en tegelijkertijd de vloot te standaardiseren. Bovendien zou het de mogelijkheid bieden om een aanzienlijk deel van de Duitse vloot tijdig te moderniseren en de marine een solide langetermijnperspectief te bieden.

5.2 Wie bouwt de schepen?
Gezien de 212CD en F127 kan niet worden aangenomen dat TKMS een dergelijke extra orde van grootte zelfstandig aankan. Daarom zou in dit geval een joint venture (ARGE) bestaande uit TKMS, NVL (Naval Vessels Lürssen) en GNYK een logische optie zijn. Deze arbeidsverdeling zou niet alleen betrekking moeten hebben op het lassen van staal, maar ook op project- en bouwmanagement, engineering, systeemintegratie, enz., om vertragingen door overbelasting van de capaciteit van TKMS te voorkomen. Dit roept natuurlijk de vraag op in hoeverre een dergelijke arbeidsverdeling en samenwerking realiseerbaar is. De Duitse regering zou dit moment kunnen zien als een kans om de consolidatie van de Duitse marinescheepsbouw aan te pakken en de problemen die in het verleden door joint ventures zijn ontstaan, te voorkomen. Tegen deze achtergrond is het des te verrassender dat de Duitse regering, volgens berichten in het Handelsblatt, het idee van aansluiting bij TKMS heeft afgewezen.

5.3 Hoe zien de schepen er in detail uit?
Hoewel de scheepsbouwparameters al onder punt 3 zijn opgesomd, wil ik nu ingaan op de systeemintegratie.

5.3.1 FüWES
In principe zijn er drie verschillende commando- en besturingssystemen mogelijk voor de A-210. De marine zou bijvoorbeeld kunnen kiezen voor standaardisatie met de fregatten van de Class 127 en daarmee voor AEGIS. Vanwege de hoge kosten, de afhankelijkheid van de VS en de exorbitante inspanningen die nodig zijn om de schepen uit te rusten, zou een dergelijke beslissing contraproductief zijn. Als alternatief zou de marine kunnen kiezen voor het Tacticos-systeem van Thales Nederland, dat gepland staat voor de F126. Hoewel een afwijking van de langlopende orders voor de Niedersachsen-klasse extra kosten met zich mee zou brengen, zou ik overwegen om over te stappen op andere systemen gezien de problemen met de accreditatie van commando- en besturingssystemen in het kader van de tweede serie Corvette 130. Daarom zou de Saab 9LV, die al wordt gebruikt als onderdeel van de F123 SdEV (Ensuring Operational Availability), een andere voor de hand liggende optie zijn.

5.3.2 Sensortechnologie
Hoewel de A-210 voor de RAN uitgerust moet worden met de CEAFAR 2-radar, zou een andere oplossing voor de Duitse marine meer voor de hand liggen. Hensoldts TRS-4D NR (niet-roterende) en SPEXER-2000 radars zouden kunnen worden gebruikt, gecombineerd met een Ceros 200 vuurleidingsradar en een EOS500 voor optische vuurleiding. De Kora40 van Rohde & Schwarz zou kunnen worden gebruikt voor elektronische oorlogsvoering (EW). Voor onderzeebootbestrijding (ASU) zouden een TAS en een HMS van Atlas Elektronik voor de hand liggende opties zijn. Technische problemen vergelijkbaar met die van de F123 SdEV, die tot vertragingen zouden kunnen leiden, moeten echter worden vermeden.

5.3.3 Wapensystemen en effectoren
Aangezien de TRS-4D NR, SPEXER-2000, Kora40 en de ASW-sensoren van AE nog niet in de 9LV FüWES zijn geïntegreerd, dient de integratie van bestaande 9LV-systemen in de wapensystemen te worden overwogen. Zo zou een combinatie van de Bofors 57/70 Mk.3 en qNFMLG voor de buiswapens kunnen worden gebruikt. Naast de integratie in de 9LV is de Bofors 57mm-raket zeer geschikt voor het bestrijden van dronezwermen met airburst-munitie (ABM). De installatie van twee geschutstorens zou daarom ook kunnen worden overwogen. Bovendien zouden Saabs RBS-15 anti-scheepsraketten als eerste stap kunnen worden ingezet. Het probleem hierbij is dat Noorwegen de aanschaf van NSM anti-scheepsraketten is toegezegd om een compensatie voor de 212CD te kunnen bieden. Dit zou de marine op termijn verplichten om NSM in de 9LV te integreren. Als alternatief zou een extra JSM-aanschaf kunnen worden aangeboden om de reductie in NSM te compenseren. Twee MK49-lanceerinrichtingen, elk met 21 RAM, zouden eveneens moeten worden beoogd, en een MK41 VLS met 32 cellen zou in de aanvalsconfiguratie moeten worden geïnstalleerd. Het zou logisch zijn om in eerste instantie alleen te focussen op ESSM-geleide raketten en mogelijk TLAM (Tactical Land Attack Missiles) om ook hier integratierisico's te beperken. Op de lange termijn zouden ook de marine-implementatie van de Iris-T-familie en de aanschaf van de LRAW (Long Range Anti-Submarine Warfare Weapon) VL-ASROC (verticaal gelanceerde anti-onderzeebootraket) moeten worden overwogen.

Omdat in eerste instantie slechts delen van de sensortechnologie in de 9LV geïntegreerd hoefden te worden, zouden de risico's die gepaard gaan met scheepsbouw en systeemintegratie waarschijnlijk acceptabel zijn, wat een snelle aanschaf bevordert. Een vergelijkbaar uitgeruste A-210 zou niet alleen financieel en qua personeel haalbaar zijn, maar ook absoluut geschikt voor alle drie de oorlogsvoeringsdimensies. Bovendien werd voor de Saab 9LV gekozen voor een integratievriendelijk commando- en controlesysteem van een competente systeemleverancier, wat problemen met eerdere aanschaf zou moeten voorkomen.

6. Samenwerkingsmogelijkheden
Naast een mogelijke aanschaf door de RAN, doen zich twee andere mogelijkheden voor:
de Zweedse marine is van plan vier fregatten van de Luleå-klasse aan te schaffen. Dit komt overeen met de omvang en het capaciteitsprofiel van een Duitse A-210. Aangezien TKMS sinds het Kockums-debacle een slechte reputatie heeft in Zweden, zou het aan Duitse beleidsmakers zijn om hier samenwerking aan te bieden. Uiteindelijk zou dit, gezien dezelfde eisen en voorkeuren – zoals voor het 9LV-ecosysteem – voor alle partijen zinvol zijn. In deze context zou de Duits-Zweedse samenwerking ook kunnen worden uitgebreid, die al verschillende gebieden bestrijkt met de Duitse aanschaf van de UMS Skeldar V-200, de RBS-15, de door Saab geleide modernisering van de Brandenburg-klasse en de waarschijnlijke aanschaf van de CB90.
Naast Zweden zou ook de Portugese marine als partner kunnen worden overwogen. Volgens geruchten is de Portugese marine geïnteresseerd in maximaal zes nieuwe fregatten. De A-210 zou hier waarschijnlijk ook binnen het juiste bereik qua omvang en capaciteit vallen.

7. Conclusie
Aangezien een militaire confrontatie met Rusland uiterlijk in 2029 wordt verwacht, is het tempo van de uitbreiding en herbewapening van de Bundeswehr van cruciaal belang. De uitdaging is nu dan ook om de langdurige planningsherhalingen en te ambitieuze capaciteitseisen, absurde regelgeving en richtlijnen en juridisch getouwtrek van de marine zoveel mogelijk te vermijden, om de tijdige implementatie van een alternatief mogelijk te maken. Desondanks mag de fout om overhaast ongeschikte fregatten aan te schaffen niet worden gemaakt. Ook al vormt de afweging tussen snelheid en prestatie een grote uitdaging, gezien de geopolitieke situatie moet deze worden gemaakt. Beleidsmakers worden nu opgeroepen om het juiste kader te creëren.

Kornet43

Citaat van: Harald op 18/07/2025 | 19:44 uurMisschien zie jij het anders en/of weet jij misschien iets meer, maar in Duitsland is het nu zo dat ze wel denken rondom het Damen probleem (zij zie het in een veel groter geheel) ijzer smeden als het heet is. Dus als dit een mogelijkheid is om van die deal af te komen moeten we dat zeker proberen en goede voor onze werven, industrie ed. En als dit leidt tot faillissement van Damen zullen ze daar niet rouwig om zijn.
De CDU wil van het contract af met Damen, als ze een juridische mogelijkheid zien is het gedaan met Damen.

Harald

Citaat van: Huzaar1 op 18/07/2025 | 19:20 uurIk zie de koppeling echt niet zo.

Misschien zie jij het anders en/of weet jij misschien iets meer, maar in Duitsland is het nu zo dat ze wel denken rondom het Damen probleem (zij zie het in een veel groter geheel) ijzer smeden als het heet is. Dus als dit een mogelijkheid is om van die deal af te komen moeten we dat zeker proberen en goede voor onze werven, industrie ed. En als dit leidt tot faillissement van Damen zullen ze daar niet rouwig om zijn.

Huzaar1

Citaat van: Harald op 18/07/2025 | 16:11 uurIk ben bang dat als de deal knapt het voor Damen gedaan is ! Ik hoop dat ze de boel snel voor elkaar krijgen wat het probleem dan ook mag zijn kwa software, want ook de NL orders zullen daar onder lijden. Dus ook meer vertragingen, maar niet alleen in de ASWF maar ook FuAD en de andere vernieuwingsprogramma's

Deze problemen zijn ook voor Nederland zeer nadelig.   
 
Ik denk ook dat de NL garant moet staan, anders ontstaan er grote problemen.

Of terug naar het oude software ontwerp, engineringsprogramma ?? 

Ik zie de koppeling echt niet zo.
"Going to war without France is like going deer hunting without your accordion" US secmindef - Jed Babbin"

Harald

Ik ben bang dat als de deal knapt het voor Damen gedaan is ! Ik hoop dat ze de boel snel voor elkaar krijgen wat het probleem dan ook mag zijn kwa software, want ook de NL orders zullen daar onder lijden. Dus ook meer vertragingen, maar niet alleen in de ASWF maar ook FuAD en de andere vernieuwingsprogramma's

Deze problemen zijn ook voor Nederland zeer nadelig.   
 
Ik denk ook dat de NL garant moet staan, anders ontstaan er grote problemen.

Of terug naar het oude software ontwerp, engineringsprogramma ?? 

Master Mack

Afsteken die Duitsers en de order omzetten naar vervanging LCF'en. Dan gaan we van 4 naar 6 FUAD's De NLD staat neemt 49% in Damen om de schade op te vangen en krijgt een gouden aandeel om overname door buitenlandse partij te voorkomen. Hierna kan Damen met Staatsbelang beter concurreren en overgaan naar andere holding zodat de rechtzaak met de oude holding kan worden gevoerd is dat probleem ook uit de wereld.

Parera

#959
Citaat van: Harald op 18/07/2025 | 13:17 uurNieuwe oorlogsschepen brengen scheepswerf Kiel in de problemen | ndr.de https://share.google/KquPiYq9UJ7UkhbbF

Dit verhaal word steeds minder voor Damen, het is ook niet zo dat we er zelf wat mee kunnen mocht de order afgeblazen worden door de Duitsers.

Damen heeft wel meerdere deel projecten al uit staan voor het F-126 o.a. bij Thales. Het enige wat we er waarschijnlijk mee zouden kunnen winnen is dat er twee (extra) APAR block 2 sets eerder beschikbaar komen dan onze originele planning. Mogelijk kunnen daarmee de LCF's eerder geüpgrade worden en later de overige 2 ook voorzien worden van APAR block 2.

Het afblazen van de F-126 order zou rampzalig zijn voor Damen Naval, niet alleen de reputatie maar ook financieel zouden ze daar niet zonder steun uit komen.

Harald

Nieuwe oorlogsschepen brengen scheepswerf Kiel in de problemen | ndr.de https://share.google/KquPiYq9UJ7UkhbbF